Paspoortwet

Ppw

Huidige tekst

Artikel 22 Ppw

Geldt sinds 10 oktober 2010

Weigering of vervallenverklaring kan geschieden op verzoek van Onze Minister die het aangaat, onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten, het bestuurscollege dan wel een ander tot invordering bevoegd orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, dat het aangaat, indien het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon, a. die nalatig is in het nakomen van zijn verplichting tot betaling van in een der landen van het Koninkrijk verschuldigde belastingen of premies inzake sociale verzekeringen, of b. die nalatig is in het nakomen van zijn verplichting tot terugbetaling van door de overheid aan hem verstrekte geldleningen, subsidies of renteloze voorschotten, of c. die nalatig is in het nakomen van een wettelijk op hem rustende dan wel bij uitspraak van een rechter in het Koninkrijk vastgestelde verplichting tot betaling van op hem verhaalbare uitkeringen, door de overheid gemaakte, op hem verhaalbare kosten, dan wel voorgefinancierde of anderszins verstrekte gelden, of d. die nalatig is in het nakomen van een wettelijk op hem rustende onderhoudsverplichting dan wel een bij uitspraak van een rechter in het Koninkrijk vastgestelde onderhoudsverplichting, zich door verblijf buiten de grenzen van een der landen van het Koninkrijk aan de wettelijke mogelijkheden tot invordering van de verschuldigde gelden zal onttrekken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:27197Rechtbank Den Haag, 31 oktober 2025 (bestuursrecht)

    Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De brief is niet gericht op rechtsgevolg. De brief kan ook niet gezien worden als een formele weigering om tot opheffing van de paspoortsignalering over…

  • ECLI:NL:RVS:2024:1436Raad van State, 10 april 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 1 maart 2019 heeft de minister van Financiën een verzoek van [appellant] om opheffing van een paspoortsignalering afgewezen. Bij besluit van 5 juli 2019 heeft de minister van…

  • ECLI:NL:RVS:2024:1438Raad van State, 10 april 2024 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort afgewezen. Bij besluit van 8 maart 2021 heeft de minister van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:8295Rechtbank Den Haag, 30 juli 2021 (bestuursrecht)

    verzoek tot verwijdering van personalia uit het register paspoortsignaleringen is geen op rechtsgevolg gericht besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb).

  • ECLI:NL:RVS:2021:897Raad van State, 28 april 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 19 maart 2019 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] voor een nieuw paspoort afgewezen. [appellant] heeft de Nederlandse nationaliteit en woont sinds…

  • ECLI:NL:RVS:2021:459Raad van State, 3 maart 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 5 oktober 2018 heeft e burgemeester van Breda het door [appellant] aangevraagde paspoort geweigerd. De burgemeester heeft de aanvraag van [appellant] ter verkrijging van een paspoort…

  • ECLI:NL:RVS:2020:2696Raad van State, 11 november 2020 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 januari 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellante] om een paspoort te verstrekken, afgewezen. [appellante] is Nederlandse en woont sinds 2008 in…

  • ECLI:NL:RBNHO:2020:7585Rechtbank Noord-Holland, 2 oktober 2020 (bestuursrecht)

    paspoort op goede gronden vervallen verklaard.

22 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.