Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken

Huidige tekst

Artikel 8 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken

Geldt sinds 19 juni 1981

  1. 1

    De rechterlijke autoriteiten van de verzoekende Partij kunnen de onmiddellijke overlevering verzoeken van een persoon wiens voorlopige aanhouding of uitlevering is verzocht.

  2. 2

    Deze overlevering kan slechts plaatsvinden indien de betrokkene daarmede uitdrukkelijk instemt ten overstaan van een ambtenaar van het openbaar ministerie van de aangezochte Partij en indien ook deze ambtenaar daartoe zijn toestemming geeft. De persoon wiens onmiddellijke overlevering is verzocht heeft het recht zich door een raadsman te doen bijstaan. Deze overlevering geschiedt zonder nadere formaliteiten.

  3. 3

    Deze overlevering brengt voor de betrokkene de gevolgen mede welke zijn verbonden aan de verklaring bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.