Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken

Huidige tekst

Artikel 10 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de uitlevering en rechtshulp in strafzaken

Geldt sinds 19 juni 1981

  1. 1

    De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich om, overeenkomstig de regels van deze Overeenkomst en met inachtneming van hun nationale wetgeving elkander wederzijds in zo ruim mogelijke mate rechtshulp te verlenen in elke procedure die betrekking heeft op strafbare feiten, waarvan de bestraffing, op het tijdstip waarop de rechtshulp wordt gevraagd, tot de bevoegdheid behoort van de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende Partij.

  2. 2

    De rechtshulp kan worden geweigerd: a.indien het verzoek betrekking heeft op strafbare feiten die door de aangezochte Partij als een politiek misdrijf of een met een dergelijk misdrijf samenhangend feit worden beschouwd; b.indien de aangezochte Partij van mening is dat uitvoering van het verzoek zou kunnen leiden tot een aantasting van de veiligheid, de openbare orde of andere wezenlijke belangen van haar land of indien de betrokken persoon voor dezelfde feiten reeds vervolgd wordt dan wel ter zake van die feiten reeds onherroepelijk is berecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:487Parket bij de Hoge Raad, 16 mei 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. OM-cassatie. Beklag, beslag, art. 94 Sv. Vervolg op ECLI:NL:HR:2021:1042. Het door het hof niet (opnieuw) aanmerken van de vervoerders als belanghebbenden in de zin van art. 552a, lid…

  • ECLI:NL:GHSGR:1999:AA4930Gerechtshof 's-Gravenhage, 22 december 1999 (strafrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.