Huidige tekst
Artikel 6 Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen
- 1
De ijkmerken moeten in paren op de zijden van het vaartuig worden aangebracht; zij dienen duidelijk zichtbaar en symmetrisch ten opzichte van het langsscheepse middenvlak te zijn geplaatst. Ieder merk moet bestaan uit een horizontale lijn van ten minste 30 cm lengte, geplaatst ter hoogte van het vlak van inzinking tot hetwelk het vaartuig is gemeten en uit een verticale lijn van 20 cm lengte, geplaatst loodrecht beneden het midden van de horizontale lijn; het ijkmerk kan ook aangevuld worden met lijnen die met de horizontale lijn een rechthoek vormen, waarvan dan de horizontale lijn de onderzijde is. De lijnen worden ingebeiteld of gecenterd.
- 2
De vlakken die door de verticale lijnen van de ijkmerken gaan, moeten op gelijke afstand uit elkaar geplaatst en symmetrisch verdeeld zijn met betrekking tot het in paragraaf 4 van artikel 4 van deze Bijlage vermelde gemiddelde zwaartepunt. De afstand tussen deze vlakken moet voor een vaartuig, voorzien van n paar ijkmerken, ongeveer l/n van de lengte van het vaartuig zijn.
- 3
Voor elk vaartuig is het aantal paren ijkmerken tenminste drie. Evenwel a. is voor de vaartuigen die niet bestemd zijn voor het vervoer van goederen één paar voldoende; b. kan voor de vaartuigen waarvan de lengte van de romp minder dan 40 m bedraagt worden toegestaan dat men slechts twee paar merken aanbrengt.
- 4
In plaats van te zijn uitgevoerd op de wijze als in paragraaf 1 van dit artikel is omschreven, kunnen de ijkmerken bestaan uit een duurzaam bevestigde plaat van ten minste 30 cm lengte en 4 cm hoogte, waarvan de onderkant gelijk is met het vlak van inzinking tot hetwelk het vaartuig is gemeten en waarvan het midden is gemerkt door een verticale lijn.
- 5
Op de platen die de ijkmerken vormen of bij de andere ijkmerken wordt, in duidelijke tekens, een metingsmerk ingebeiteld of gecenterd, bestaande uit de hierna omschreven aanduidingen: a.de onderscheidingsletters of -nummers van het bureau dat de meetbrief uitgeeft; b.het nummer van de meetbrief. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan echter voor de vaartuigen, binnen zijn gebied gemeten, voorschrijven dat dit metingsmerk slechts op één paar ijkmerken wordt aangebracht.
- 6
Het metingsmerk wordt eveneens, in onuitwisbare tekens, aangebracht op een duidelijk waarneembare in de meetbrief vermelde plaats op een vast deel van het vaartuig, dat beschermd is tegen schokken en weinig aan slijtage onderhevig is.
- 7
De ijkschalen kunnen op de romp recht onder de ijkmerken worden aangebracht; indien men deze schalen aanbrengt moet het nulpunt ervan gelijk zijn met de onderkant van de romp ter plaatse van de schaal of, indien er een kiel is, gelijk met de onderkant van de kiel ter plaatse van de schaal; de ijkschalen die zich echter op een vaartuig bevinden op het tijdstip van het in werking treden van deze Overeenkomst voor het land waar het vaartuig is gemeten en waarvan het nulpunt overeenkomt met het vlak van inzinking van het ledige vaartuig, zullen kunnen blijven gehandhaafd totdat voor dit vaartuig een meetbrief volgens de voorschriften van deze Overeenkomst zal worden uitgereikt.