Omgevingswet

Ow

Huidige tekst

Artikel 5.36 Ow

Termijnstelling in omgevingsvergunning

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    In een omgevingsvergunning voor een voortdurende activiteit kan worden bepaald dat die vergunning geldt voor een daarbij gestelde termijn.

  2. 2

    In een omgevingsvergunning voor een aflopende activiteit kan worden bepaald dat de vergunninghouder na afloop van een bij de vergunning gestelde termijn, de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand heeft hersteld of een andere, in de omgevingsvergunning omschreven, toestand heeft gerealiseerd.

  3. 3

    In een omgevingsvergunning kan worden bepaald dat daarbij aangewezen voorschriften nadat de vergunning haar gelding heeft verloren, tijdens een daarbij gestelde termijn van kracht blijven.

  4. 4

    Bij algemene maatregel van bestuur worden gevallen aangewezen waarin een termijn als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt gesteld. Bij de maatregel kunnen over die termijn worden geregeld: a.de maximale duur, b.de gevallen waarin verlenging mogelijk is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:15090Rechtbank Rotterdam, 24 december 2025 (omgevingsrecht)

    Voorlopige voorziening. College van burgemeester en wethouders van Dordrecht. Omgevingswet. Tijdelijke omgevingsvergunning voor de bouw van 56 flexwoningen op bedrijventerrein voor de opvang van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.