Kernenergiewet

KEW

Huidige tekst

Artikel 70 KEW

Geldt sinds 1 augustus 2017

  1. 1

    Een krachtens deze wet verleende vergunning is persoonlijk.

  2. 2

    Na het overlijden van een vergunninghouder blijft de vergunning gedurende vier weken van kracht ten behoeve van diens rechtverkrijgenden, die het bedrijf voortzetten, mits door of namens hen binnen een week na dit overlijden daarvan aan de Autoriteit kennis wordt gegeven onder opgaaf van de namen van hen, die het bedrijf voortzetten. Wanneer binnen deze vier weken een aanvraag om een nieuwe vergunning is ingediend, blijft eerstbedoelde vergunning verder van kracht totdat op die aanvraag onherroepelijk is beslist. Gedurende het van kracht blijven van de vergunning kan zij overeenkomstig de artikelen 19 tot en met 20a worden gewijzigd of ingetrokken.

  3. 3

    De vergunninghouder kan de vergunning geheel of gedeeltelijk aan een ander overdragen, indien daarvoor toestemming is gegeven door de Autoriteit. Aan de toestemming kunnen voorschriften worden verbonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2005:AU4975Raad van State, 26 oktober 2005 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 7 januari 2005, kenmerk SAS 2004166322, hebben verweerders, in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.