Kernenergiewet

KEW

Huidige tekst

Artikel 15f KEW

Geldt sinds 1 augustus 2017

  1. 1

    De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, voor het in werking brengen, in werking houden, buiten gebruik stellen of ontmantelen van een inrichting waarin kernenergie kan, onderscheidenlijk kon worden vrijgemaakt, stelt op een door Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Financiën goedgekeurde wijze financiële zekerheid ter dekking van de kosten die voortvloeien uit het buiten gebruik stellen en de ontmanteling van de inrichting.

  2. 2

    De financiële zekerheid wordt in stand gehouden tot het tijdstip waarop Onze genoemde Ministers schriftelijk hebben verklaard dat de ontmanteling is voltooid.

  3. 3

    De financiële zekerheid wordt gesteld in een of meer van de volgende vormen: a.een borgtocht of een bankgarantie; b.het deelnemen aan een daartoe ingesteld fonds dat naar het oordeel van Onze genoemde Ministers voldoende waarborg biedt dat de in het eerste lid bedoelde kosten zijn gedekt; c.het treffen van enige andere voorziening die naar het oordeel van Onze genoemde Ministers voldoende waarborg biedt dat de in het eerste lid bedoelde kosten zijn gedekt.

  4. 4

    De aanvraag om goedkeuring vermeldt het bedrag en de termijn waarvoor en het tijdstip en de wijze waarop de zekerheid wordt gesteld. Tevens bevat de aanvraag een onderbouwing van de omvang van de te stellen financiële zekerheid. Indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging van bij een eerdere aanvraag verstrekte gegevens, wordt de aanvraag uiterlijk vier weken voor de wijziging ingediend.

  5. 5

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag om goedkeuring.

  6. 6

    Aan de goedkeuring kunnen voorschriften worden verbonden. Daartoe kan in ieder geval behoren een voorschrift dat de houder van de vergunning het bedrag van de gestelde zekerheid aanpast, indien dat naar het oordeel van Onze genoemde Ministers nodig is met het oog op wijziging van bij het voorschrift aangegeven omstandigheden.

  7. 7

    Onze genoemde Ministers beslissen binnen zes maanden na de ontvangst van een aanvraag om goedkeuring op die aanvraag.

  8. 8

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, worden aangewezen, waarop het eerste tot en met zevende lid van overeenkomstige toepassing zijn.

  9. 9

    Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om goedkeuring.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2023:1521Raad van State, 19 april 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 16 december 2020 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een handhavingsverzoek van de stichting afgewezen. GKN is eigenaar van kerncentrale Dodewaard. Volgens de…

  • ECLI:NL:RVS:2021:2442Raad van State, 3 november 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 9 januari 2019 hebben de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Financiën een aanvraag van GKN om de door haar gestelde financiële zekerheid op basis van…

  • ECLI:NL:RBGEL:2017:2183Rechtbank Gelderland, 18 april 2017 (civiel recht)

    Verzoek van de Staat om een voorlopig getuigenverhoor over de ontmantelingskosten van de kerncentrale Dodewaard toegewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2016:649Raad van State, 9 maart 2016 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 10 juli 2014 hebben de ministers een aanvraag van GKN om de door haar gestelde financiële zekerheid krachtens artikel 15f van de Kernenergiewet goed te keuren afgewezen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.