Huidige tekst
Artikel 12 Kaderbesluit subsidies I en M
Onze Minister beslist voorts afwijzend op een aanvraag om subsidie indien: a.door de toepassing van een de-minimisverordening, een bedrag aan de-minimis steun zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van deze verordening; b.onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkene de activiteiten kunnen financieren; c.het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn kunnen worden voltooid; d.het aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie worden uitgevoerd; e.onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten; f.onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten; g.de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie; h.onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren; i.de kosten die in aanmerking komen voor subsidie niet aannemelijk of redelijk zijn; j.het een aanvrager betreft, tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; k.er naar het oordeel van Onze Minister onaanvaardbaar risico bestaat dat de uitvoering van een voorgenomen activiteit een onevenredige inbreuk zal maken op de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid.