Huidige tekst
Artikel 10 Kaderbesluit subsidies I en M
- 1
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel.
- 2
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de aanvraag om subsidie en over de periode waarbinnen de aanvraag wordt ingediend.
- 3
De aanvraag gaat vergezeld van de in het middel aangegeven bescheiden.
- 4
De aanvraag bevat, tenzij bij ministeriële regeling anders is bepaald, in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden: a.een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b.een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een bijdrage leveren aan de doelstellingen van de desbetreffende ministeriële regeling; c.een gespecificeerde begroting, die een goed inzicht geeft in de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; d.een tijdplanning van de activiteit; e.indien voorschotten worden gewenst, een weergave van de liquiditeitsbehoefte gedurende het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd, zo mogelijk per tijdvak van drie maanden; f.het bankrekeningnummer waarop het subsidiebedrag dient te worden gestort, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat; g.indien van toepassing, het inschrijfnummer van de aanvrager bij de Kamer van Koophandel.
- 5
Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een subsidie van € 25 000,– of meer kan een gespecificeerde begroting worden overlegd, waaruit ten minste blijkt hoe hoog de totale kosten van de te subsidiëren activiteit zijn.