Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning

Huidige tekst

Artikel 9 Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning

Geldt sinds 20 december 2006

  1. 1

    Elke Staat die Partij is neemt de noodzakelijke maatregelen om zijn bevoegdheid tot het uitoefenen van rechtsmacht te vestigen inzake het misdrijf van gedwongen verdwijning: a.Indien het misdrijf is gepleegd op een grondgebied onder zijn rechtsmacht of aan boord van een in die Staat geregistreerd schip of luchtvaartuig; b.Indien de vermoedelijke pleger één van zijn onderdanen is; c.Indien de verdwenen persoon één van zijn onderdanen is en de Staat die Partij is het vestigen van zijn rechtsmacht opportuun acht.

  2. 2

    Elke Staat die Partij is neemt tevens de noodzakelijke maatregelen om zijn bevoegdheid tot het uitoefenen van rechtsmacht te vestigen inzake het misdrijf van gedwongen verdwijning indien de vermoedelijke pleger zich op een grondgebied onder zijn rechtsmacht bevindt, tenzij de Staat hem of haar in overeenstemming met zijn internationale verplichtingen uitlevert of overlevert aan een andere staat of overlevert aan een internationaal straftribunaal waarvan hij de rechtsmacht heeft erkend.

  3. 3

    Dit Verdrag sluit geen aanvullende rechtsmacht in strafzaken uit die wordt uitgeoefend in overeenstemming met het nationale recht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.