Handelsnaamwet

Hnw

Huidige tekst

Artikel 6 Hnw

Geldt sinds 1 september 2017

  1. 1

    Indien een handelsnaam wordt gevoerd in strijd met deze wet, kan ieder belanghebbende, onverminderd zijn vordering krachtens titel 3 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, de kantonrechter verzoeken degene die de verboden handelsnaam voert, te veroordelen, daarin zodanige door de rechter te bepalen wijziging aan te brengen, dat de gestelde onrechtmatigheid wordt opgeheven.

  2. 2

    Het verzoekschrift wordt gericht tot de rechtbank van het arrondissement waarin de onderneming is gevestigd, die onder de verboden handelsnaam wordt gedreven. Is de onderneming buiten het rijk in Europa gevestigd, doch heeft zij in dat rijk een filiaal of bijkantoor, of wordt zij aldaar vertegenwoordigd door een gevolmachtigde handelsagent, dan is de rechtbank van het arrondissement waarin dat filiaal of bijkantoor of die handelsagent is gevestigd, bevoegd. Indien volgens de voorgaande bepalingen geen rechtbank bevoegd is, is de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats des verzoekers is gelegen bevoegd. Is de onderneming in meer dan één arrondissement gevestigd, dan is bevoegd de rechtbank van elk van deze arrondissementen, ter keuze van de verzoeker. Hetzelfde geldt ingeval de onderneming buiten het rijk in Europa is gevestigd, doch in meer dan één arrondissement een filiaal of bijkantoor heeft of door een gevolmachtigde handelsagent vertegenwoordigd wordt. Het verzoekschrift wordt behandeld door de kantonrechter.

  3. 3

    Het verzoekschrift wordt aan de wederpartij betekend. De kantonrechter beschikt niet op het verzoekschrift dan na verhoor of behoorlijke oproeping van partijen.

  4. 4

    De griffier zendt een afschrift van de beslissing van de kantonrechter aan partijen. Binnen een maand na de dag van de verzending van dit afschrift kan door hem, die daarbij geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof, dat in raadkamer beslist. Het derde lid vindt overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    De griffier zendt een afschrift van de beslissing van de het ‘de het’ moet zijn ‘het’ gerechtshof aan partijen. Binnen één maand na de dag van de verzending van dit afschrift kan door hem, die daarbij geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, beroep in cassatie worden ingesteld. Het daartoe strekkend verzoekschrift wordt aan de wederpartij betekend.

  6. 6

    De rechter kan de voorlopige tenuitvoerlegging van zijn beschikking bevelen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2021:269Hoge Raad, 19 februari 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële zaak (art. 392 Rv). Intellectuele eigendomsrecht. Handelsnaamwet (Hnw). Beschrijvende handelsnaam. Is voor bescherming o.g.v. art. 5 Hnw van beschrijvende handelsnamen zonder…

  • ECLI:NL:PHR:2020:1215Parket bij de Hoge Raad, 4 december 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële zaak (art. 392 Rv). Intellectuele eigendomsrecht. Handelsnaamwet (Hnw). Beschrijvende handelsnaam. Is voor bescherming o.g.v. art. 5 Hnw van beschrijvende handelsnamen zonder…

  • ECLI:NL:HR:2015:3477Hoge Raad, 4 december 2015 (civiel recht)

    Intellectuele eigendom; handelsnaam. Rol visuele waarneming bij vaststelling verwarringsgevaar. Art. 1019h Rv; kostencompensatie bij afwijzing verzoek? Valt art. 6 Handelsnaamwet onder het…

  • ECLI:NL:PHR:2015:1971Parket bij de Hoge Raad, 18 september 2015 (civiel recht)

    Intellectuele eigendom; handelsnaam. Rol visuele waarneming bij vaststelling verwarringsgevaar. Art. 1019h Rv; kostencompensatie bij afwijzing verzoek? Valt art. 6 Handelsnaamwet onder het…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:7443Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 november 2025 (civiel recht)

    Handelsnaamrecht. De taxichauffeur maakt met de handelsnamen Taxi Utrecht Centraal en Taxi Utrecht Centrale inbreuk op de handelsnamen Utrechtse Taxi Centrale en Utrechtse Taxicentrale van UTC.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:11464Rechtbank Amsterdam, 21 oktober 2025 (civiel recht)

    Verzoek artikelen 5 en 6 Handelsnaamwet. Wijziging handelsnaam. Vrijwel identieke domeinnamen die verwarring kunnen veroorzaken bij het publiek.

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:6914Rechtbank Noord-Holland, 9 juli 2024 (verbintenissenrecht)

    art 6 Handelsnaamwet, verbod op gebruik van handelsnaam rijschool, verwarring, verzoek toegewezen

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:2349Rechtbank Midden-Nederland, 17 april 2024 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Verzoekschriftprocedure op grond van artikel 6 Handelsnaamwet. Geen handelsnaaminbreuk. Aard van de ondernemingen en doelgroepen verschillen: verwarring niet aannemelijk.

70 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.