Gratiewet

Gratw

Huidige tekst

Artikel 4 Gratw

Geldt sinds 1 april 2021

  1. 1

    Omtrent verzoekschriften, overeenkomstig de wettelijke voorschriften ingediend, om vermindering, verandering of kwijtschelding van straffen of maatregelen, bij beslissing van een Nederlandse strafrechter opgelegd, wordt door Onze Minister, voordat daarop wordt beschikt, het advies ingewonnen van het gerecht dat de straf of maatregel heeft opgelegd. Indien het verzoekschrift betrekking heeft op een straf waarvan de gehele of gedeeltelijke tenuitvoerlegging is gelast door een ander gerecht dan hetwelk deze heeft opgelegd, wordt, in afwijking van het voorgaande, het advies ingewonnen van het gerecht dat die tenuitvoerlegging heeft gelast. Verzoekschriften die niet bij Ons zijn ingediend worden onverwijld aan Ons voorgelegd.

  2. 2

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gerecht dat de straf of maatregel heeft opgelegd mede aangemerkt: a.het gerecht dat in hoger beroep een rechterlijke beslissing ten aanzien van de oplegging van straf of van een maatregel heeft bevestigd; b.het gerecht dat een bezwaar, hem voorgelegd ingevolge artikel 35 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen of artikel 592b van het Wetboek van Strafvordering BES, ongegrond heeft verklaard.

  3. 3

    Omtrent verzoekschriften om vermindering of kwijtschelding van straffen bij rechterlijke beslissing van een buitenlandse rechter opgelegd, waarvan de tenuitvoerlegging met toepassing van artikel 43 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen of artikel 593 van het Wetboek van Strafvordering BES in Nederland is gelast, dan wel van gevangenisstraffen die door het Internationaal Strafhof zijn opgelegd wegens een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof en waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland geschiedt overeenkomstig artikel 67 of 68 van de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof, wordt door Onze Minister, voordat daarop wordt beschikt, het advies ingewonnen van het in genoemd artikel 43 respectievelijk artikel 593 bedoelde gerecht. Omtrent verzoekschriften om vermindering of kwijtschelding van straffen bij rechterlijke beslissing van een buitenlandse rechter opgelegd, waarvan de tenuitvoerlegging met toepassing van artikel 2:15 of artikel 3:14 van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties in Nederland geschiedt, wordt door Onze Minister, voordat daarop wordt beschikt, het advies ingewonnen van het gerecht, bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, respectievelijk artikel 3:14, vijfde, zesde of achtste lid van die wet. Omtrent verzoekschriften om vermindering of kwijtschelding van sancties opgelegd in een andere lidstaat van de Europese Unie, waarvan de tenuitvoerlegging met toepassing van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie in Nederland geschiedt, wordt door Onze Minister, voordat daarop wordt beschikt, het advies ingewonnen van de rechtbank Noord-Nederland. Omtrent verzoekschriften om vermindering of kwijtschelding van straffen bij rechterlijke beslissing van een buitenlandse rechter opgelegd, waarvan de tenuitvoerlegging met toepassing van artikel 6a, eerste en achtste lid, van de Overleveringswet in Nederland geschiedt, wordt door Onze Minister, voordat daarop wordt beschikt, het advies ingewonnen van de rechtbank, bedoeld in artikel 1, onder g, van die wet.

  4. 4

    Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat indien het meerdere verzoekschriften betreft die betrekking hebben op dezelfde veroordeelde en die tegelijkertijd worden ingediend, kan worden volstaan met het inwinnen van het advies van het gerecht dat de langste of hoogste straf of maatregel heeft opgelegd. Het desbetreffende gerecht brengt één advies uit over alle verzoekschriften en kan daartoe andere gerechten om advies vragen.

  5. 5

    Het eerste, tweede en derde lid blijven buiten toepassing indien het verzoekschrift: a.wordt ingediend binnen drie maanden nadat het vonnis of arrest waarvan gratie wordt verzocht, onherroepelijk is geworden, en geen nieuwe, na dit tijdstip opgekomen omstandigheid wordt vermeld waarvan de rechter bij diens beslissing niet reeds kennis heeft kunnen nemen, of b.is voorafgegaan door een eerder verzoekschrift betreffende dezelfde straf of maatregel, waarop binnen een jaar voor de indiening van het tweede verzoekschrift is beschikt, tenzij in het tweede verzoekschrift een nieuwe omstandigheid wordt aangevoerd.

  6. 6

    In de gevallen waarin geen toepassing wordt gegeven aan het vijfde lid, onder a of b, omdat blijkt van een nieuwe omstandigheid, wordt het verzoekschrift in behandeling genomen.

  7. 7

    Een verzoek om gratie terzake van door de Nederlandse strafrechter onherroepelijk opgelegde taakstraffen blijft buiten behandeling indien het is ingediend gedurende de periode dat de rechter nog niet heeft beslist op een beroepschrift van de veroordeelde tegen de beslissing van het openbaar ministerie om met toepassing van artikel 6:3:3 van het Wetboek van Strafvordering de vervangende hechtenis te bevelen.

  8. 8

    Indien het gerecht waarvan de rechterlijke beslissing afkomstig is, ontbonden of opgeheven is, wordt het advies ingewonnen van het gerecht waaraan de rechtsmacht is opgedragen, tevoren door dat gerecht uitgeoefend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:901Parket bij de Hoge Raad, 6 september 2024 (strafrecht)

    Overheidsprivaatrecht. Strafrecht. Tenuitvoerlegging Belgische straf o.g.v. Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Wets. Toepassing Belgische v.i. o.g.v. art. 6:2:10 lid 4, aanhef en onder a, Sv?…

  • ECLI:NL:PHR:2024:902Parket bij de Hoge Raad, 6 september 2024 (strafrecht)

    Overheidsprivaatrecht. Strafrecht. Tenuitvoerlegging Belgische straf o.g.v. Kaderbesluit 2008/909/JBZ en Wets. Toepassing Belgische v.i. o.g.v. art. 6:2:10 lid 4, aanhef en onder a, Sv?…

  • ECLI:NL:PHR:2024:850Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Vordering gericht tegen weigering van gratie. Toetsingskader (HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1747). Gratie doorkruising oordeel strafrechter? Achtergrond koerswijziging…

  • ECLI:NL:HR:2020:1747Hoge Raad, 6 november 2020 (civiel recht)

    Strafrecht. Kort geding over afgewezen gratieverzoek m.b.t. levenslange gevangenisstraf. Toetsing door burgerlijke rechter van de motivering van de beslissing van de minister omtrent gratieverlening…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25488Rechtbank Den Haag, 19 augustus 2026 (civiel recht)

    Kort geding. De vordering van eiser tot staking althans opschorting van de verdere tenuitvoerlegging van zijn gevangenisstraf totdat de Staat heeft beslist op zijn (tweede) gratieverzoek, wordt…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:27988Rechtbank Den Haag, 17 december 2025 (civiel recht)

    De rechtbank is van oordeel dat eiser geen zelfstandig belang heeft bij de door hem gevorderde verklaring voor recht dat hij (blijvend) detentieongeschikt is, omdat aan deze vaststelling geen directe…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:20855Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2025 (civiel recht)

    tenuitvoerlegging in Nederland van straf opgelegd door Belgische rechter; gratieverzoek; advies van het gerechtshof Arnhem-Leewarden; eerdere vi in buitenland?; recidiverisico

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:14556Rechtbank Den Haag, 17 juli 2025 (civiel recht)

    Kort geding. Vorderingen afgewezen. Motivering gratieverzoek volstaat.

37 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.