Gratiewet

Gratw

Huidige tekst

Artikel 3 Gratw

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: a.de naam en het adres van de indiener; b.de dagtekening; c.de aanduiding van het vonnis of arrest, waarvan gratie wordt verzocht; d.de redenen om welke gratie wordt verzocht. Het verzoekschrift wordt ingediend op een bij ministeriële regeling vast te stellen formulier.

  2. 2

    Indien het verzoek op grond van artikel 6:7:5 van het Wetboek van Strafvordering of artikel 614 van het Wetboek van Strafvordering BES door een derde wordt ingediend, geeft degene op wie het verzoek betrekking heeft, op het in het eerste lid bedoelde formulier tevens aan of hij met het verzoek instemt.

  3. 3

    Indien het formulier niet volledig is ingevuld, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld de ontbrekende gegevens aan te vullen binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag nadat het verzoek om aanvulling van die gegevens door Onze Minister is verzonden.

  4. 4

    Indien de termijn voor aanvulling verstrijkt zonder dat de gevraagde gegevens worden ontvangen, en de ontbrekende gegevens essentieel zijn voor de beoordeling van het verzoek of de voorbereiding van de beslissing daarop, kan Onze Minister besluiten het verzoekschrift buiten behandeling te laten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2017:3185Hoge Raad, 19 december 2017 (strafrecht)

    Levert oplegging levenslange gevangenisstraf gelet op wijze van tenuitvoerlegging schending van art. 3 EVRM op ? Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:1325 (tussenarrest) waarin HR heeft geoordeeld dat de…

  • ECLI:NL:HR:2016:1325Hoge Raad, 5 juli 2016 (strafrecht)

    Oplegging en tenuitvoerlegging levenslange gevangenisstraf i.v.m. de eisen ex art. 3 EVRM. Huidige tenuitvoerleggingspraktijk is onverenigbaar met de eisen die art. 3 EVRM stelt. Levenslange…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BI2315Parket bij de Hoge Raad, 17 november 2009 (strafrecht)

    Afstand van rechtsbijstand. O.g.v. art. 6.3.c EVRM en art. 28.1 Sv is de verdachte bevoegd zich te laten bijstaan door een raadsman. In een aantal gevallen is toevoeging van een raadsman verplicht…

  • ECLI:NL:HR:2009:BF3741Hoge Raad, 16 juni 2009 (strafrecht)

    Levenslange gevangenisstraf (gvs) en art. 3 en 5.4 EVRM. Is zolang de wet niet voorziet in een periodieke rechterlijke toetsing van de tenuitvoerlegging (tul) van levenslange gvs, het opleggen…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BF3741Parket bij de Hoge Raad, 16 juni 2009 (strafrecht)

    Levenslange gevangenisstraf (gvs) en art. 3 en 5.4 EVRM. Is zolang de wet niet voorziet in een periodieke rechterlijke toetsing van de tenuitvoerlegging (tul) van levenslange gvs, het opleggen…

  • ECLI:NL:PHR:1995:49Parket bij de Hoge Raad, 4 april 1995 (strafrecht)

    Herziening. Verlaten plaats van ongeval (art. 30.1.a WVW) en rijden onder invloed (art. 26.2.a WVW). Hof heeft aanvrager veroordeeld tot gevangenisstraf en ontzegging van rijbevoegdheid en bij zijn…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.