Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind

Huidige tekst

Artikel 6 Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind

Geldt sinds 25 mei 2000

  1. 1

    De Staten die partij zijn, verlenen elkaar de ruimst mogelijke bijstand in verband met onderzoeken of bij strafrechtelijke of uitleveringsprocedures ter zake van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten, met inbegrip van rechtshulp ter verkrijging van bewijsmateriaal waarover zij beschikken en dat nodig is voor de procedure.

  2. 2

    De Staten die partij zijn, komen hun verplichtingen uit hoofde van het eerste lid van dit artikel na in overeenstemming met verdragen of andere regelingen inzake wederzijdse rechtshulp die tussen hen bestaan. Indien dergelijke verdragen of regelingen ontbreken, verlenen de Staten die partij zijn elkaar rechtshulp in overeenstemming met hun nationale wetgeving.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.