Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind

Huidige tekst

Artikel 10 Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind

Geldt sinds 25 mei 2000

  1. 1

    De Staten die partij zijn, nemen alle nodige stappen om de internationale samenwerking te intensiveren door multilaterale, regionale en bilaterale regelingen ten behoeve van voorkoming, opsporing, onderzoek, vervolging en bestraffing van hen die verantwoordelijk zijn voor handelingen met betrekking tot de verkoop van kinderen, kinderprostitutie, kinderpornografie en kindersekstoerisme. De Staten die partij zijn, bevorderen ook de internationale samenwerking en coördinatie tussen hun autoriteiten, nationale en internationale non-gouvernementele organisaties en internationale organisaties.

  2. 2

    De Staten die partij zijn, bevorderen de internationale samenwerking om kinderslachtoffers bij te staan bij hun lichamelijke en geestelijke herstel, reintegratie in de maatschappij en repatriëring.

  3. 3

    De Staten die partij zijn, bevorderen de intensivering van internationale samenwerking teneinde de hoofdoorzaken, zoals armoede en onderontwikkeling, aan te pakken die ten grondslag liggen aan en bijdragen tot de kwetsbaarheid van kinderen voor de verkoop van kinderen, kinderprostitutie, kinderpornografie en kindersekstoerisme.

  4. 4

    De Staten die partij zijn, verlenen, voor zover zij daartoe in staat zijn, financiële, technische of andere bijstand door middel van bestaande multilaterale, regionale, bilaterale of andere programma's.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.