Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind

Huidige tekst

Artikel 4 Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind

Geldt sinds 25 mei 2000

  1. 1

    Iedere Staat die partij is, neemt de nodige maatregelen om zijn rechtsmacht te vestigen ten aanzien van de strafbare feiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, wanneer de feiten zijn gepleegd op zijn grondgebied of aan boord van een in die Staat geregistreerd schip of luchtvaartuig.

  2. 2

    Iedere Staat die partij is, kan de nodige maatregelen nemen om zijn rechtsmacht te vestigen ten aanzien de strafbare feiten bedoeld, in artikel 3, eerste lid, indien: a.de vermoedelijke dader een onderdaan is van die Staat of een persoon die zijn vaste woon- of verblijfplaats op zijn grondgebied heeft; b.het slachtoffer een onderdaan is van die Staat.

  3. 3

    Iedere Staat die partij is, neemt tevens de nodige maatregelen om zijn rechtsmacht te vestigen ten aanzien van de voornoemde strafbare feiten wanneer de vermoedelijke dader zich op zijn grondgebied bevindt en hij hem niet uitlevert aan een andere Staat die partij is op grond van het feit dat het strafbare feit door een van diens onderdanen is gepleegd.

  4. 4

    Dit Protocol sluit geen strafrechtelijke rechtsmacht uit die wordt uitgeoefend in overeenstemming met het nationale recht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.