Huidige tekst
Artikel 46 Europese Code inzake Sociale Zekerheid (herzien)
- 1
Tot de beschermde personen moeten worden gerekend: a.de kinderen van alle werknemers, met inbegrip van leerlingen; of b.de kinderen van alle economisch actieve personen; of c.de kinderen van alle ingezetenen; of d.de kinderen van alle ingezetenen wier inkomsten tijdens de duur van de eventualiteit voorgeschreven grenzen niet overschrijden.
- 2
Niettegenstaande de bepalingen van het voorgaande lid, letters a en b, kan elke Partij van de toepassing van dit Deel uitsluiten: a.de kinderen van groepen werknemers die in totaal niet meer dan 5 % uitmaken van de gezamenlijke werknemers; of b.de kinderen van groepen van de economisch actieve bevolking die in totaal niet meer dan 10 % uitmaken van de gezamenlijke economisch actieve bevolking.
- 3
Wanneer een Partij het eerste lid, letter b of c, van dit artikel toepast, moeten de kinderen van personen die: a.een invaliditeits-, ouderdoms- of nabestaandenuitkering; b.een uitkering voor blijvende arbeidsongeschiktheid tot een voorgeschreven mate, of een nabestaandenuitkering in geval van een arbeidsongeval of beroepsziekte; c.een werkloosheidsuitkering ontvangen, onder voorgeschreven voorwaarden worden beschermd.