Europees Verdrag inzake sociale zekerheid

Huidige tekst

Artikel 8 Europees Verdrag inzake sociale zekerheid

Geldt sinds 12 september 2001

  1. 1

    Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, hebben personen die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij wonen en op wie het Verdrag van toepassing is, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van iedere Verdragsluitende Partij onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van laatstbedoelde Partij.

  2. 2

    Het genot van uitkeringen van niet-contributieve aard waarvan de hoogte geen verband houdt met de duur van de vervulde tijdvakken van wonen, kan echter afhankelijk gesteld worden van de voorwaarde, dat de belanghebbende of, indien het uitkeringen aan nagelaten betrekkingen betreft, de overledene op het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij heeft gewoond gedurende een tijdvak dat, al naar gelang de omstandigheden, kan worden vastgesteld op ten hoogste a) zes maanden onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag om uitkering, indien het uitkeringen bij moederschap en werkloosheid betreft; b) vijf opeenvolgende jaren, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag om uitkering, indien het uitkeringen bij invaliditeit betreft of, onmiddellijk voorafgaande aan het overlijden, indien het uitkeringen aan nagelaten betrekkingen betreft; c) tien jaren, gelegen tussen de zestienjarige leeftijd en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, waarbij als eis mag worden gesteld dat daarvan vijf opeenvolgende jaren onmiddellijk aan de aanvraag om uitkering voorafgaan, indien het uitkeringen bij ouderdom betreft.

  3. 3

    Ingeval een persoon niet voldoet aan de sub b of c van het vorige lid genoemde voorwaarden maar hij, of indien het uitkeringen aan nagelaten betrekkingen betreft, de overledene, gedurende ten minste één jaar onderworpen is geweest aan de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Partij, heeft deze persoon of de nagelaten betrekkingen van de overledene, onverminderd het bepaalde in artikel 27, niettemin recht op uitkeringen, berekend op basis van en tot hoogstens het bedrag van de volledige uitkering: a) bij invaliditeit of overlijden, naar verhouding van het aantal jaren wonen dat door de belanghebbende of de overledene krachtens deze wetgeving is vervuld tussen het tijdstip, waarop hij de zestienjarige leeftijd heeft bereikt en het tijdstip, waarop de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ingetreden, onderscheidenlijk het tijdstip, waarop het overlijden heeft plaatsgevonden, tot tweederde deel van het aantal jaren dat tussen deze twee tijdstippen is gelegen, zonder dat rekening wordt gehouden met jaren, gelegen nà het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; b) bij ouderdom, naar verhouding van het aantal jaren wonen, dat door de belanghebbende krachtens deze wetgeving tussen het tijdstip waarop hij de zestienjarige leeftijd en het tijdstip waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, is vervuld, tot dertig jaren.

  4. 4

    In Bijlage IV worden de in de wetgeving van iedere Verdragsluitende Partij voorziene uitkeringen, waarop het tweede en derde lid van dit artikel van toepassing zijn, vermeld.

  5. 5

    Door iedere betrokken Verdragsluitende Partij wordt overeenkomstig artikel 81, eerste lid, kennisgeving gedaan van elke wijziging welke in Bijlage IV dient te worden aangebracht. Indien deze wijziging het gevolg is van het tot stand komen van een nieuwe wettelijke regeling, zal deze kennisgeving binnen drie maanden na bekendmaking van bedoelde wettelijke regeling worden gedaan of, indien deze wettelijke regeling vóór de datum van bekrachtiging van dit Verdrag wordt bekendgemaakt, op de dag van bekrachtiging.

  6. 6

    Het eerste lid van dit artikel doet geen afbreuk aan de bepalingen van de wetgeving van enige Verdragsluitende Partij met betrekking tot het deelnemen van belanghebbenden aan de werkzaamheden van bestuursorganen of rechtsprekende instanties van de sociale zekerheid.

  7. 7

    Met betrekking tot de toelating tot de vrijwillige of de vrijwillig voortgezette verzekering van personen die niet op het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij wonen, of met betrekking tot het genieten van prestaties, verleend krachtens overgangsregelingen, kunnen bijzondere regelen worden gesteld welke in Bijlage VII worden opgenomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:894Centrale Raad van Beroep, 3 maart 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering Wajong-uitkering. Geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

  • ECLI:NL:CRVB:2014:1213Centrale Raad van Beroep, 28 maart 2014 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag is terecht, omdat zelfs indien appellante al vanaf haar 17e verjaardag (volledig) arbeidsongeschikt zou zijn, haar aanspraken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering buiten…

  • ECLI:NL:CRVB:2009:BK8343Centrale Raad van Beroep, 23 december 2009 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag van een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Raad gaat ervan uit dat [echtgenoot] niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW toen hij stierf. De ANW…

  • ECLI:NL:CRVB:2009:BK8399Centrale Raad van Beroep, 9 december 2009 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag van een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW). Naar het oordeel van de Raad kan appellante geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering…

  • ECLI:NL:RBAMS:2007:BC0241Rechtbank Amsterdam, 7 november 2007 (bestuursrecht)

    Eiseres heeft geen recht op een nabestaandenuitkering ingevolge de Anw. Het beroep op internationale bepalingen slaagt niet. Er is geen strijd met bepalingen van het Europees Verdrag inzake sociale…

  • ECLI:NL:CRVB:2005:AT4112Centrale Raad van Beroep, 8 april 2005 (socialezekerheidsrecht)

    Weigering kinderbijslag op de grond dat betrokkene niet langer verzekerd was ingevolge de AKW is niet strijdig met artikel 26 IVBPR, 8 EVSZ en artikel 14 EVRM.

  • ECLI:NL:CRVB:2005:AT1783Centrale Raad van Beroep, 4 maart 2005 (socialezekerheidsrecht)

    Is terecht WAO-uitkering afgewezen onder overweging dat betrokkene niet rechtmatig in Nederland verbleef en ook niet in een met een rechtmatig verblijf gelijk te stellen positie verkeerde?

  • ECLI:NL:CRVB:2004:AR6055Centrale Raad van Beroep, 11 november 2004 (socialezekerheidsrecht)

    Toepassing Koppelingswet. Niet aannemen van verzekeringsplicht.

18 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.