Europees Verdrag inzake sociale zekerheid

Huidige tekst

Artikel 11 Europees Verdrag inzake sociale zekerheid

Geldt sinds 12 september 2001

  1. 1

    Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, kunnen de uitkeringen bij invaliditeit, ouderdom of de uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, de renten bij arbeidsongevallen of beroepsziekten en de uitkeringen bij overlijden, verkregen op grond van een wettelijke regeling van één of meer Verdragsluitende Partijen, op generlei wijze worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij woont dan die, op het grondgebied waarvan het orgaan is gevestigd dat deze uitkeringen verschuldigd is.

  2. 2

    Ongeacht het bepaalde in artikel 8, eerste en tweede lid, worden de in Bijlage IV vermelde uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom of de daar genoemde uitkeringen aan nagelaten betrekkingen indien de rechthebbende op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij woont dan die op het grondgebied waarvan het orgaan is gevestigd dat deze uitkeringen verschuldigd is, echter berekend overeenkomstig artikel 8, derde lid, sub a), onderscheidenlijk sub b).

  3. 3

    Het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing op de volgende uitkeringen, voor zover zij in Bijlage VI zijn vermeld: a) bijzondere uitkeringen van niet-contributieve aard, welke worden verleend aan personen die tengevolge van hun gezondheidstoestand niet in staat zijn in hun levensonderhoud te voorzien; b) bijzondere uitkeringen van niet-contributieve aard, welke worden verleend aan personen die niet voor de gebruikelijke uitkeringen in aanmerking komen; c) uitkeringen welke krachtens overgangsregelingen worden verleend; d) bijzondere uitkeringen welke bij wijze van ondersteuning of wegens behoeftige omstandigheden worden verleend.

  4. 4

    Door iedere betrokken Verdragsluitende Partij wordt, overeenkomstig artikel 81, eerste lid, kennisgeving gedaan van elke wijziging welke in Bijlage VI dient te worden aangebracht. Indien deze wijziging het gevolg is van het tot stand komen van een nieuwe wettelijke regeling, zal deze kennisgeving binnen drie maanden na bekendmaking van bedoelde wettelijke regeling worden gedaan, of, indien deze wettelijke regeling vóór de datum van bekrachtiging van dit Verdrag wordt bekendgemaakt, op de dag van bekrachtiging.

  5. 5

    Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij de terugbetaling van premies of bijdragen afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de betrokkene niet meer verplicht verzekerd is, wordt deze voorwaarde geacht niet te zijn vervuld zolang hij verplicht verzekerd is ingevolge de wetgeving van een andere Verdragsluitende Partij.

  6. 6

    In bilaterale of multilaterale overeenkomsten regelen de Verdragsluitende Partijen de betaalbaarstelling van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde uitkeringen, verschuldigd aan personen die aanspraken aan dit Verdrag kunnen ontlenen, wanneer zij wonen op het grondgebied van een Staat welke geen Verdragsluitende Partij is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:3828Centrale Raad van Beroep, 3 november 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Geen direct onderscheid naar woonplaats. Geen schending van art. 1 Eerste Protocol. De vervanging van de KOB door de inkomensondersteuning AOW is niet in strijd met het internationaal recht. De…

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:7490Rechtbank Amsterdam, 10 november 2016 (bestuursrecht)

    Afschaffing koopkrachttegemoetkoming en vervanging daarvan door inkomensondersteuning AOW is niet in strijd met ingeroepen bepalingen van internationaal recht. Geen schending van het gelijkheids- of…

  • ECLI:NL:CRVB:2014:845Centrale Raad van Beroep, 21 maart 2014 (socialezekerheidsrecht)

    De verlaging op grond van de Wet woonlandbeginsel van de Nederlandse nabestaandenuitkering voor Turkse weduwen die in Turkije wonen is in strijd met de tussen Turkije en de EU geldende regels.

  • ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4215Rechtbank Amsterdam, 8 maart 2013 (bestuursrecht)

    Verzoekster woont in Turkije en ontvangt een nabestaandenuitkering. Verzoekster is meegedeeld dat deze uitkering zal worden uitbetaald volgens het kostenniveau van het land waar zij woont…

  • ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4216Rechtbank Amsterdam, 8 maart 2013 (bestuursrecht)

    De nabestaandenuitkering van verzoekster, woonachtig in Turkije, is per 1 januari 2013 met 40% verlaagd op grond van het zogenoemde woonlandbeginsel. Verzoekster heeft om een voorlopige voorziening…

  • ECLI:NL:RBAMS:2007:BC0241Rechtbank Amsterdam, 7 november 2007 (bestuursrecht)

    Eiseres heeft geen recht op een nabestaandenuitkering ingevolge de Anw. Het beroep op internationale bepalingen slaagt niet. Er is geen strijd met bepalingen van het Europees Verdrag inzake sociale…

  • ECLI:NL:CRVB:2003:AF5937Centrale Raad van Beroep, 14 maart 2003 (socialezekerheidsrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.