Erfgoedwet

Huidige tekst

Artikel 5.10 Erfgoedwet

Geldt sinds 1 juli 2016

Archeologische toevalsvondst 1 Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister. 2 De gerechtigde tot een archeologische vondst als bedoeld in het eerste lid, is gehouden de vondst gedurende zes maanden, te rekenen van de dag van de in het eerste lid bedoelde melding, ter beschikking te houden of te stellen voor wetenschappelijk onderzoek.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2024:3950Raad van State, 2 oktober 2024 (bestuursrecht)

    Bij brief van 7 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan [appellant] meegedeeld dat de door hem aan het college overgedragen vuurstenen niet aan hem worden…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.