Dienstenwet

DW

Huidige tekst

Artikel 31 DW

Geldt sinds 28 december 2009

  1. 1

    Indien bij wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald binnen welke een beschikking op een aanvraag om de desbetreffende vergunning dient te worden gegeven, wordt de beschikking zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag gegeven.

  2. 2

    Artikel 4:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vindt alleen toepassing indien een beslissing op een aanvraag om een vergunning vanwege de ingewikkeldheid van het onderwerp niet kan worden gegeven binnen de in het eerste lid bedoelde termijn. De termijn kan eenmaal worden verlengd.

  3. 3

    De in artikel 4:14, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde kennisgeving wordt bij toepassing van het tweede lid gedaan binnen de desbetreffende termijn, is met redenen omkleed, en geeft een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.

  4. 4

    Indien afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op een aanvraag van toepassing is, kan een bevoegde instantie de termijn voor het geven van de beschikking, in afwijking van artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten hoogste eenmaal voor beperkte duur verlengen. De verlenging en de duur daarvan wordt, met inachtneming van de in artikel 3:18, tweede lid, bedoelde termijn van acht weken, gemotiveerd aan de aanvrager medegedeeld.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2021:735Raad van State, 7 april 2021 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 25 april 2019 heeft de burgemeester van Rotterdam de aanvraag van [wederpartij] om een vergunning ten behoeve van de exploitatie van een horeca-inrichting afgewezen. [wederpartij] is…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.