Burgerlijk Wetboek BES Boek 4

BW BES Boek 4

Huidige tekst

Artikel 965 BW BES Boek 4

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De notaris moet de wil des erflaters, zoals die zakelijk aan hem door de erflater is opgegeven, in duidelijke bewoordingen schrijven of doen schrijven.

  2. 2

    Indien de opgave buiten de tegenwoordigheid der getuigen is gedaan, en het opstel door de notaris is gereedgemaakt, moet de erflater, alvorens de voorlezing daarvan geschiede, zijn wil nader zakelijk, in tegenwoordigheid der getuigen, opgeven.

  3. 3

    Daarna zal, in tegenwoordigheid der getuigen, de uiterste wil door de notaris worden voorgelezen, en na die voorlezing door hem aan de erflater worden afgevraagd, of het voorgelezene zijn uiterste wil bevat.

  4. 4

    Indien de uiterste wil in tegenwoordigheid der getuigen is opgegeven, en terstond is in geschrift gebracht, zal gelijke voorlezing en afvraging in tegenwoordigheid der getuigen geschieden.

  5. 5

    De akte moet vervolgens door de erflater, de notaris en de getuigen worden ondertekend.

  6. 6

    Indien de erflater verklaart, dat hij niet kan ondertekenen, of indien hij daarin verhinderd wordt, moet ook die verklaring en de oorzaak der verhindering in de akte worden vermeld.

  7. 7

    Van de nakoming van al deze formaliteiten moet uitdrukkelijk worden melding gemaakt in de akte van uiterste wil.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.