Burgerlijk Wetboek BES Boek 4

BW BES Boek 4

Huidige tekst

Artikel 1115 BW BES Boek 4

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De ouders behoeven de giften niet in te brengen, die aan hun kind door deszelfs grootouders gedaan zijn.

  2. 2

    Op gelijke wijze behoeft een kind, dat uit eigen hoofde de erfenis zijner grootouders beurt, niet in te brengen de door dezen aan zijn ouders gedane gift.

  3. 3

    Daarentegen moet het kind, dat slechts bij plaatsvervulling die erfenis beurt, de giften inbrengen, welke aan zijn ouders gedaan zijn, zelfs indien het kind de nalatenschap zijner ouders mocht hebben verworpen.

  4. 4

    Het kind is echter, in geval van zodanige verwerping, niet jegens zijn medeërfgenamen in de grootouderlijke nalatenschap aansprakelijk voor de schulden zijner ouders.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.