Burgerlijk Wetboek BES Boek 4

BW BES Boek 4

Huidige tekst

Artikel 955 BW BES Boek 4

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Tegenover derde-verkrijgers van vermaakte of gegeven goederen, aan wie niet een beroep op de artikelen 86 tot en met 88 van Boek 3 toekomt, moet worden ingekort volgens de volgorde dier vervreemdingen, te beginnen met die vervreemdingen welke het laatst gedaan is.

  2. 2

    Desniettemin zal de inkorting tegen derde verkrijgers geen plaatshebben, dan voor zover de begiftigde geen andere goederen mocht hebben overgehouden, welke in de gift begrepen waren, en deze niet genoegzaam zijn om het wettelijk erfdeel in zijn geheel te voldoen, en indien de waarde der vervreemde goederen niet op zijn persoonlijke goederen mocht kunnen worden verhaald.

  3. 3

    De rechtsvordering tot inkorting jegens derde-verkrijgers verjaart door het tijdsverloop van drie jaren, te rekenen van de dag waarop de legitimaris de erfenis heeft aanvaard.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.