Huidige tekst
Artikel 5.21 Binnenvaartregeling
- 1
Onverminderd artikel 5.15 wordt ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A2 varen, vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, eerste lid, voor groep 1 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een stuurman; b.het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan artikel 1.09, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement; c.het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip; en d.het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
- 2
Ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, eerste lid, voor groep 2 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een matroos; b.het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan artikel 1.09, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement; c.het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip; en d.het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
- 3
Ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, eerste lid, voor groep 2 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit een schipper, een stuurman en een lichtmatroos; en b.het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
- 4
Ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, eerste lid, voor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een stuurman; b.het schip onderbreekt de vaart gedurende de periode tussen 22.00 uur en 06.00 uur; c.het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip; d.het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan artikel 1.09, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement; e.het schip is uitgerust met een eenmansstuurstelling voor het varen op radar en voldoet aan artikel 7.13, van ES-TRIN; en f.het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
- 5
Ten aanzien van motorschepen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, eerste lid, voor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit twee schippers en één matroos; en b.de voorschriften, bedoeld in het vierde lid onder e en f.
- 6
Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 1 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een stuurman; b.het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan artikel 1.09, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement; c.het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip; en d.het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
- 7
Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 2 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een matroos; b.het schip is voorzien van de optische hulpmiddelen om te kunnen voldoen aan artikel 1.09, vierde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement; c.het schip is bij het begin van de vaart vaarklaar en tijdens de vaart worden geen werkzaamheden verricht die betrekking hebben op het laad- of losklaar maken van het schip; en d.het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
- 8
Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 2 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit een schipper, een stuurman en een lichtmatroos; en b.het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
- 9
Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit een schipper en een stuurman; b.de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, onder b tot en met e; en c.het schip voldoet blijkens een verklaring van de minister aan de eisen van de Standaard S2.
- 10
Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 3 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit twee schippers en een matroos; en b.de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, onder e en f.
- 11
Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A1 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 4 voorgeschreven minimumbemanning, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit een schipper, een stuurman en een matroos; en b.de voorschriften, bedoeld in het het vierde lid, onder e en f.
- 12
Ten aanzien van hechte samenstellen die in exploitatiewijze A2 varen, wordt vrijstelling verleend van de ingevolge artikel 5.6, vierde lid, voor groep 4 voorgeschreven minimumbemanning, mits wordt voldaan aan de volgende voorschriften: a.de minimumbemanning bestaat uit twee schippers en twee matrozen; en b.de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, onder e en f.