Binnenvaartregeling

Huidige tekst

Artikel 5.6 Binnenvaartregeling

Geldt sinds 1 juni 2025

  1. 1

    De minimumbemanning van de navolgende categorieën van schepen wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 19.02 van het Rsp, met dien verstande dat de stuurman in voetnoot 3 de bekwaamheid van schipper bezit bedoeld in artikel 2.9, tweede lid: a.motorschepen; b.duwboten; c.passagiersschepen, niet zijnde stoomschepen, die zonder passagiers aan boord varen; d.drijvende werktuigen die zelfvarend zijn tijdens transport; e.bunkerschepen; f.bilgeboten; g.pompoverslagboten.

  2. 2

    In afwijking van het eerste lid mag de minimumbemanning van bunkerschepen, bilgeboten en pompoverslagboten die volgens exploitatiewijze A2 varen worden vervangen door de bemanning die is voorgeschreven voor exploitatiewijze A1, mits voldaan wordt aan de volgende voorschriften voor: a.de rusttijd van een bemanningslid bedraagt ten minste 12 uur, waarvan ten minste 6 uur ononderbroken in elke periode van 24 uur, te rekenen vanaf het einde van de voorafgaande ononderbroken rusttijd van 6 uur. De volgende periode dient uiterlijk om 00.00 uur aan te vangen; b.de resterende rusttijd wordt opgenomen in ononderbroken blokken van tenminste 1 uur; c.de rusttijd is buiten de vaartijd gelegen; d.het schip is uitgerust met een goed werkende tachograaf die voortdurend in werking is gesteld.

  3. 3

    Voor bunkerschepen, bilgeboten en pompoverslagboten met een lengte van minder dan 35 meter die zijn ingezet op Nederlandse binnenwateren met uitzondering van de Westerschelde, geldt tevens dat de bemanning die is voorgeschreven voor exploitatiewijze A1 kan worden vervangen door: a. hetzij een schipper mits wordt voldaan aan de volgende voorschriften: 1°. de maximale vaartijd van het schip bedraagt 12 uur per dag en 50 uur per week; 2°. het schip is uitgerust met een goed werkende tachograaf die voortdurend in werking is gesteld; 3°. het vervoer van gevaarlijke stoffen, waarvoor op grond van artikel 3.14 van het BPR en RPR een teken moet worden gevoerd is niet toegestaan; 4°. het bepaalde in artikel 6.30 en 6.32 van het Binnenvaartpolitiereglement respectievelijk het Rijnvaartpolitiereglement blijft onverkort van kracht; 5°. De afstand tot de plaats van waaruit bunkeractiviteiten wordt bedreven bedraagt niet meer dan 30 km, gemeten over de vaarweg. De plaats van waaruit de bunkeractiviteiten wordt bedreven staat vermeld op het certificaat van onderzoek. b. hetzij een schipper en een lichtmatroos mits de voorschriften, bedoeld in onderdeel a, onder ten derde, in acht worden genomen.

  4. 4

    De minimumbemanning van hechte samenstellen, schepen voor dagtochten, stoomschepen voor dagtochten, hotelschepen, veerboten en sleepschepen wordt onderscheidenlijk vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlagen 5.1 tot en met 5.6.

  5. 5

    De minimumbemanning van sleepboten en sleepboten die havendiensten verrichten wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 5.7.

  6. 6

    De minimumbemanning van snelle veerponten wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 5.8. De schipper is in het bezit van een specifieke vergunning voor het varen met behulp van radar, als bedoeld in artikel 7.11b, eerste lid, onderdeel c.

  7. 7

    In afwijking van de krachtens dit artikel gestelde minimumbemanning wordt aan de voorgeschreven minimumbemanning voor een bepaalde exploitatiewijze en uitrustingsstandaard op een bepaald schip ook volstaan met de minimumbemanning die is voorgeschreven op hetzelfde schip voor een exploitatiewijze met een langere vaartijd of voor een hogere uitrustingsstandaard.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2023:6826Rechtbank Midden-Nederland, 22 september 2023 (bestuursrecht)

    Boete voor overtreding vaartijdenreglement. Eiseres heeft volgens het vaartijdenboek met te weinig bemanning gevaren. Zij voer namelijk volgens het vaartijdenboek in A1 en niet in A2, waar minder…

  • ECLI:NL:RVS:2023:2070Raad van State, 31 mei 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 11 maart 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 4.625,-, wegens drie overtredingen van bepalingen, gesteld bij…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:11315Rechtbank Rotterdam, 23 december 2022 (bestuursrecht)

    Varia. Niet voldaan aan minimumbemanning. Uitzonderingen nvt. Boete voor werkgever. Niet aannemelijk dat schipper gezag heeft ondermijnd. Verklaring schipper buiten beschouwing ivm strijd met goede…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:2619Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 mei 2022 (bestuursrecht)

    BESLU

  • ECLI:NL:RVS:2017:2074Raad van State, 2 augustus 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 25 maart 2015 heeft de minister zijn beslissing om op 21 maart 2015 spoedeisende bestuursdwang toe te passen, bestaande uit het stilleggen van een hecht samenstel, bestaande uit…

  • ECLI:NL:RVS:2017:870Raad van State, 29 maart 2017 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 22 mei 2015 heeft de minister aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 500,00, omdat zij als werkgever heeft nagelaten om tijdens de vaart voortdurend de minimum…

  • ECLI:NL:RBROT:2016:5350Rechtbank Rotterdam, 27 juni 2016 (bestuursrecht)

    Bestuurlijke boete Binnenvaartwet

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.