Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag

Bad-WML

Huidige tekst

Artikel 2a Bad-WML

Geldt sinds 1 januari 2017

  1. 1

    De werknemer is bevoegd om schriftelijke volmacht te verlenen aan de werkgever om uit het uit te betalen minimumloon in zijn naam betalingen te verrichten aan de verhuurder ter zake van de huur van woonruimte van de huurprijs, de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten, bedoeld in artikel 237 van Boek 7, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, indien: a.de huurprijs, de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en de servicekosten voor het gedeelte van het uit te betalen minimumloon gezamenlijk per betalingstermijn ten hoogste 25% bedraagt van het voor de werknemer voor die termijn geldende minimumloon; en b.de verhuurder: 1°. een toegelaten instelling is als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Woningwet; of 2°. gecertificeerd is overeenkomstig de bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde normen betreffende de kwaliteit van huisvesting van werknemers na een conformiteitsbeoordeling van een instelling die door de Raad voor Accreditatie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie, is geaccrediteerd op grond van deze vastgestelde norm.

  2. 2

    Een schriftelijke volmacht als bedoeld in het eerste lid is nietig indien de schriftelijke volmacht wordt verleend ten aanzien van kosten voor huisvesting als bedoeld in het eerste lid, indien de werknemer als gedetacheerde werknemer als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, tijdelijk in Nederland arbeid verricht.

  3. 3

    Bij de schriftelijke volmacht, bedoeld in het eerste lid, overlegt de werknemer de afschriften van de huurovereenkomst en van de bescheiden, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aan de werkgever.

  4. 4

    De werkgever is bevoegd de betalingen, bedoeld in het eerste lid, te verrichten, indien hij aan de hand van de afschriften van de huurovereenkomst en van de bescheiden, bedoeld in het derde lid, heeft vastgesteld dat is voldaan aan de eisen, gesteld in het eerste en tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:4138Raad van State, 15 juli 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 februari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 12.750,00 opgelegd wegens overtredingen van de Wet minimumloon en…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:1904Rechtbank Rotterdam, 25 februari 2026 (bestuursstrafrecht)

    Op dit moment kan niet worden gezegd dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Er is daarom aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en de bestreden besluiten (de bestuurlijke…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:7249Rechtbank Rotterdam, 7 augustus 2024 (bestuursstrafrecht)

    Overtreding van de Wml. De minister heeft terecht een boete opgelegd en op goede gronden geoordeeld dat er geen aanleiding is om de boete te matigen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2023:2359Rechtbank Midden-Nederland, 17 mei 2023 (bestuursrecht)

    Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, boete voor overtreding van artikelen 13, eerste lid, en 18b, tweede lid, van de Wml. Het beroep is gegrond. De boete wordt verlaagd.

  • ECLI:NL:RVS:2022:3622Raad van State, 7 december 2022 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 7 november 2019 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een boete opgelegd aan [bedrijf A] en besloten tot openbaarmaking van inspectiegegevens op de website…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.