Huidige tekst
Artikel 8.74p Bkl
Voorschrift soorten vogelrichtlijn: toegestane middelen
- 1
De in een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, 11.38, eerste lid, 11.39, eerste lid, of 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving voorgeschreven middelen kunnen alleen zijn: a.geweren; b.honden, met uitzondering van lange honden; c.aantoonbaar gefokte haviken (Accipiter gentilis), slechtvalken (Falco peregrinus) en woestijnbuizerds; d.kastvallen; e.vangkooien; f.vangnetten; g.eendenkooien; h.bal-chatri; en i.slag-, snij- of steekwapens.
- 2
Aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gebruik van een woestijnbuizerd wordt als voorschrift verbonden dat degene die de woestijnbuizerd gebruikt beschikt over een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit.
- 3
Aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gebruik van een bal-chatri wordt als voorschrift verbonden dat hierbij: a.geen gebruik wordt gemaakt van levende lokdieren; b.op voorhand wordt gewaarborgd dat de bal-chatri onder permanent direct toezicht staat van een deskundige; en c.gevangen dieren niet onnodig lang vastzitten en niet onnodig worden verwond.
- 4
Aan een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het gebruik van slag-, snij- of steekwapens wordt als voorschrift verbonden dat het gebruik van deze middelen alleen is toegestaan: a.voor het doden van in nood verkerende, gewonde vogels; b.door personen die aantoonbaar de nodige kennis en vaardigheden bezitten om deze activiteit humaan en doeltreffend te verrichten; en c.als er redelijkerwijs geen alternatief middel voorhanden is met minder mogelijke nadelige gevolgen voor het welzijn van het dier.