Besluit kwaliteit leefomgeving

Bkl

Huidige tekst

Artikel 2.5 Bkl

Omgevingswaarden fijnstof

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Voor PM 10 gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties: a.50 μg/m 3 als 24-uurgemiddelde, dat ten hoogste 35 maal per kalenderjaar wordt overschreden; en b.40 μg/m 3 als kalenderjaargemiddelde.

  2. 2

    Voor PM 2,5 gelden de volgende ten hoogste toelaatbare concentraties: a.25 μg/m 3 als kalenderjaargemiddelde; b.20 μg/m 3 als over drie kalenderjaren berekend voortschrijdend gemiddelde van de kalenderjaargemiddelden; en c.14,4 μg/m 3 als over drie kalenderjaren berekend voortschrijdend gemiddelde van de kalenderjaargemiddelden.

  3. 3

    De omgevingswaarden voor PM 10, bedoeld in het eerste lid, en de omgevingswaarden voor PM 2,5, bedoeld in het tweede lid, onder a en b, zijn resultaatsverplichtingen.

  4. 4

    De omgevingswaarde voor PM 2,5, bedoeld in het tweede lid, onder c, is een inspanningsverplichting.

  5. 5

    De omgevingswaarden, bedoeld in het tweede lid, onder b en c, gelden op stedelijke achtergrondlocaties, zijnde stedelijk gebied waar de concentraties representatief zijn voor de blootstelling van de stedelijke bevolking in het algemeen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5638Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 juni 2026 (omgevingsrecht)

    Beroep tegen een omgevingsvergunning voor het realiseren van twee woningen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.