Besluit kwaliteit leefomgeving

Bkl

Huidige tekst

Artikel 2.20 Bkl

Uitzonderingsmogelijkheid omgevingswaarde

Geldt sinds 1 januari 2024

In afwijking van artikel 2.19, eerste lid, en in overeenstemming met artikel 5, vierde lid, van de zwemwaterrichtlijn mag een zwemlocatie zich tijdelijk in de klasse slecht bevinden als aan het begin van het badseizoen: a.gedeputeerde staten passende zwemwaterbeheersmaatregelen treffen, waaronder het geven van een negatief zwemadvies of het instellen van een zwemverbod, om de blootstelling van zwemmers aan zwemwaterverontreiniging te voorkomen; b.de beheerder van het oppervlaktewaterlichaam de oorzaken van zwemwaterverontreiniging waardoor de klasse aanvaardbaar niet is bereikt, identificeert en passende maatregelen treft om verontreiniging te voorkomen of te beperken of de oorzaken weg te nemen; en c.gedeputeerde staten het publiek voorlichten in overeenstemming met artikel 10.39, derde lid, van het Omgevingsbesluit.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:3238Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 april 2026 (omgevingsrecht)

    Deze uitspraak gaat over het bestreden besluit van 19 maart 2025 tot het aanwijzen van 57 wateren als zwemwaterlocatie voor het badseizoen 2025 (1 mei tot 1 oktober 2025). Eiseres is het daarmee niet…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.