Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar

BBO

Huidige tekst

Artikel 1 BBO

Geldt sinds 1 juli 2020

  1. 1

    In dit besluit wordt verstaan onder: a.Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie; b.titel van opsporingsbevoegdheid: de titel van opsporingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 3; c.akte van opsporingsbevoegdheid: de akte van opsporingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering; d.aanwijzing: de aanwijzing, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering; e.aanvullende opsporingsbevoegdheid: de aanvullende opsporingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering; f.de akte van beëdiging: de akte van beëdiging, bedoeld in artikel 19, eerste lid; g.politiebevoegdheden: de bevoegdheden, bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012; h.werkgever: de werkgever van de buitengewoon opsporingsambtenaar; i.bewijs van bekwaamheid: een bewijs van het met goed gevolg afgelegd hebben van het door Onze Minister goedgekeurde examen; j.legitimatiebewijs: een bewijs als bedoeld in artikel 26 van dit besluit; k.insigne: het onderscheidingsteken, bedoeld in artikel 26a, eerste lid; l.geweldmiddelen: de wapens en de uitrusting waarmee geweld kan worden uitgeoefend, ten aanzien waarvan krachtens artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie is bepaald dat de in dat lid genoemde artikelen niet van toepassing zijn op buitengewoon opsporingsambtenaren.

  2. 2

    Als standplaats in de zin van dit besluit wordt aangemerkt: a.indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is zijn taak uit te oefenen in een gebied waarin meerdere regionale eenheden van de politie de politietaak uitvoeren, dan wel in het gehele land: de gemeente van vestiging van de werkgever; b.indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is zijn taak uit te oefenen in het gebied waarin één regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert: 1°. de gemeente waar hij zijn hoofdwerkzaamheden verricht, dan wel 2°. een gekozen gemeente uit de gemeenten, waarin hij werkzaam is.

  3. 3

    In dit besluit wordt verstaan onder het College van procureurs-generaal: het College van procureurs-generaal, bedoeld in artikel 130 van de Wet op de rechterlijke organisatie.

  4. 4

    In dit besluit wordt verstaan onder: a.toezichthouder: de hoofdofficier van justitie, bedoeld in artikel 36, tweede lid; b.direct toezichthouder: degene, die op grond van artikel 36, derde lid, als direct toezichthouder is aangewezen. De (direct) toezichthouder is geen toezichthouder bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2011:BO6693Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2011 (strafrecht)

    Opsporingsbevoegdheid verkeersassistenten. HR zet wettelijk kader uiteen (waaronder het Besluit houdende regels ter uitvoering van art. 142.4 Sv, het Bbo, Stb. 1994, 825 en de daarbij behorende nota…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7180Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 augustus 2026 (bestuursrecht)

    De afwijzing van de aanvraag om extra geweldsmiddelen, voor zover deze ziet op een uitschuifbare wapenstok en een vuurwapen | Noodzaakcriterium | Adviezen van de toezichthouders

  • ECLI:NL:RVS:2020:2928Raad van State, 9 december 2020 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 25 oktober 2017 heeft de minister geweigerd om een categoriaal besluit, voor zover het betreft de toekenning van een wapenstok aan buitengewoon opsporingsambtenaren voor de gehele…

  • ECLI:NL:GHARL:2017:6940Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 augustus 2017 (bestuursstrafrecht)

    Bevoegdheid BOA. Uit de akte van beëdiging volgt niet dat de verbalisant beschikt over een BOA-certificaat. Gelet op het verweer van de gemachtigde en de omstandigheden van het geval, bestaat reden…

  • ECLI:NL:ORBBNAA:2010:8Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba), 24 september 2010 (belastingrecht)

    BBO, culturele instelling, onderneming.

  • ECLI:NL:RBZLY:2010:BM2298Rechtbank Zwolle-Lelystad, 26 maart 2010 (strafrecht)

    afnemen wangslijm door arrestantenverzorger, buitengewone opsporingsbevoegdheid arrestantenverzorger, generiek bevel afname wangslijm door BOA, minderjarige geen uitzondering, art. 3 IVRK, aanbod…

  • ECLI:NL:RBZLY:2010:BM2301Rechtbank Zwolle-Lelystad, 26 maart 2010 (strafrecht)

    afnemen wangslijm door arrestantenverzorger, buitengewone opsporingsbevoegdheid arrestantenverzorger, generiek bevel afname wangslijm door BOA

  • ECLI:NL:ORBBNAA:2010:6Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba), 20 januari 2010 (belastingrecht)

    Moet de aan de belastingdienst af te dragen belasting op bedrijfsomzetten (BBO) berekend worden over de bedrijfsomzet inclusief de aan de consument doorberekende BBO of exclusief de aan de cliënt…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.