Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar

BBO

Huidige tekst

Artikel 36 BBO

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Bij de verlening van een titel van opsporingsbevoegdheid of bij de beëdiging wijst Onze Minister een toezichthouder en een direct toezichthouder aan.

  2. 2

    Als toezichthouder wordt een hoofdofficier van justitie aangewezen.

  3. 3

    Als direct toezichthouder wordt aangewezen: a.indien het grondgebied, bedoeld in artikel 5, onder b, is gelegen binnen het gebied waarin een regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012; b.indien het grondgebied, bedoeld in artikel 5, onder b, groter is dan het gebied waarin een regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert: de korpschef, of het hoofd van een onder de centrale overheid ressorterende landelijke dienst; c.indien de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is bij de krijgsmacht: de commandant van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Politiewet 2012.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:1377Rechtbank Den Haag, 7 februari 2018 (civiel recht)

    Aansprakelijkheid Politie op grond van artikel 6:170 BW? Heeft boa-coördinator onrechtmatig gehandeld door inlichtingen over eiser te verstrekken?

  • ECLI:NL:RVS:2015:2201Raad van State, 15 juli 2015 (bestuursrecht)

    Bij brief van 6 januari 2014 heeft ProRail gereageerd op het verzoek van [wederpartij] van 9 december 2013 om verstrekking van stukken over een hem opgelegde verkeersboete.

  • ECLI:NL:RBUTR:1999:AA3478Rechtbank Utrecht, 29 januari 1999 (ambtenarenrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.