Besluit bezoldiging politie

BBP

Huidige tekst

Artikel 39 BBP

Geldt sinds 23 september 2025

  1. 1

    De gewezen ambtenaar die wegens ziekte, ontstaan voor het tijdstip van ingang van zijn ontslag, niet zijnde een ontslag op grond van artikel 88a dan wel artikel 94, eerste lid, aanhef en onderdeel e of f, van het Besluit algemene rechtspositie politie nog ongeschikt is een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft zolang hij ongeschikt tot werken is wegens ziekte, doch niet langer dan een tijdvak van ten hoogste 78 weken, aanspraak op de doorbetaling van zijn bezoldiging overeenkomstig de volgende tabel: a.de eerste 26 weken 100% van de bezoldiging; b.de tweede 26 weken 90% van de bezoldiging; c.de derde 26 weken 80% van de bezoldiging.

  2. 2

    De gewezen ambtenaar die binnen een maand na het tijdstip van zijn ontslag ongeschikt wordt wegens ziekte een naar aard en omvang soortgelijke functie te vervullen, heeft zolang betrokkene ongeschikt is tot werken wegens ziekte, maar niet langer dan 52 weken, aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging indien hij gedurende ten minste twee maanden onmiddellijk aan het ontslag voorafgaande in dienst is geweest overeenkomstig de volgende tabel: a.de eerste 26 weken 100% van de bezoldiging; b.de tweede 26 weken 90% van de bezoldiging.

  3. 3

    Voor het bepalen van het einde van het tijdvak van 78 weken, bedoeld in het eerste lid, en het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het tweede lid, worden perioden van ongeschiktheid samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.

  4. 4

    De doorbetaling van de bezoldiging bedoeld in het eerste en tweede lid, eindigt na ommekomst van de uitkeringsduur, maar in ieder geval: a.met ingang van de dag waarop de gewezen ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt; of b.met ingang van de dag volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden.

  5. 5

    De gewezen ambtenaar waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op minder dan 35% en die als gevolg van de arbeidsongeschiktheid inkomensverlies heeft, maakt aanspraak op een compensatie van dit inkomensverlies. Onder inkomensverlies wordt verstaan het verschil tussen de laatstgenoten bezoldiging, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering van de ambtenaar op het moment van vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% en de nieuwe structurele inkomsten uit arbeid, waarbij een periodieke verhoging van het inkomen buiten beschouwing wordt gelaten.

  6. 6

    De compensatie, bedoeld in het vijfde lid, is een toelage ter hoogte van 70% van het inkomensverlies voor de duur van vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de mate van arbeidsongeschiktheid van de gewezen ambtenaar is vastgesteld op minder dan 35%, maar niet voordat 104 weken na de eerste ziektedag zijn verstreken. Bij samenloop van de compensatie, bedoeld in het vijfde lid, met een uitkering krachtens de Werkloosheidswet of het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie, wordt de compensatie verminderd met het bedrag van de uitkering krachtens de Werkloosheidwet of het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie.

  7. 7

    De gewezen ambtenaar aan wie eervol ontslag is verleend op grond van artikel 88d van het Besluit algemene rechtspositie politie met het oog op een uitkering als bedoeld in artikel 29d of een pensioen als bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement, voor zover dat pensioen is ingegaan voor de AOW-gerechtigde leeftijd, heeft tot uiterlijk de AOW-gerechtigde leeftijd slechts aanspraak op de doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging voor zover deze tezamen met de uitkering en zijn pensioen op grond van hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement de laatstelijk genoten bezoldiging niet overschrijdt.

  8. 8

    Het bedrag van de laatstelijk genoten bezoldiging, bedoeld in de voorgaande leden, wordt in voorkomende gevallen gewijzigd overeenkomstig een algemene salarismaatregel in de sector politie.

  9. 9

    De in het eerste lid, onderdelen b en c, en het tweede lid, onderdeel b, bedoelde vermindering van het percentage van de bezoldiging is niet van toepassing indien de ziekte in overwegende mate beroepsgerelateerd is op het moment van de melding van gezondheidsklachten, bedoeld in artikel 53a, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie.

  10. 10

    Voor de gewezen ambtenaar die een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 29d of een pensioen ontvangt als bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement, voor zover dat is ingegaan voor de AOW-gerechtigde leeftijd, wordt tevens onder nieuwe structurele inkomsten uit arbeid als bedoeld in het vijfde lid verstaan de bezoldiging nadat de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op minder dan 35%, bedoeld in artikel 38, tiende lid, die direct voorafgaand aan het ontslag in aanmerking werd genomen bij de berekening van de in dat artikellid bedoelde inkomensverlies.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5087Rechtbank Gelderland, 1 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep ongegrond tegen de gedeeltelijke toewijzing van de aanvraag van eiser tot vergoeding van medische kosten op grond van artikel 53 (oud) van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). De…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:2099Centrale Raad van Beroep, 31 oktober 2024 (ambtenarenrecht)

    De korpschef is met het besluit van 13 juli 2023 volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen. Feitelijk geen geschil meer tussen partijen. Procesbelang ontbreekt. Hoger beroep…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:2601Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 mei 2022 (bestuursrecht)

    AW

  • ECLI:NL:CRVB:2022:229Centrale Raad van Beroep, 27 januari 2022 (ambtenarenrecht)

    Appelante bestrijdt niet dat zij, naar achteraf is gebleken, geen recht had op de haar toegekende WIA-compensatie. Zij meent evenwel dat de zogeheten zesmaandenjurisprudentie in de weg staat aan de…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:3258Centrale Raad van Beroep, 17 december 2021 (ambtenarenrecht)

    De aanvullende uitkering dient in het geval van appellant op grond van het (oude) artikel 39, zesde en zevende lid, van het Bbp berekend te worden op basis van een percentage van 90,02% van de…

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:175Rechtbank Midden-Nederland, 13 januari 2021 (ambtenarenrecht)

    AW, terugvordering onverschuldigd betaalde bezoldiging na ontslag, vertrouwensbeginsel, Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBROT:2019:2013Rechtbank Rotterdam, 14 maart 2019 (ambtenarenrecht)

    Ontslag van een politieambtenaar wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:CRVB:2018:1440Centrale Raad van Beroep, 3 mei 2018 (ambtenarenrecht)

    Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet is gebleken van een financiële noodsituatie die maakt dat verzoekster de behandeling van het hoger…

20 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.