Besluit bezoldiging politie

BBP

Huidige tekst

Artikel 3 BBP

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Gedurende het eerste leerjaar ontvangen aspiranten een tegemoetkoming voor de opleiding ter hoogte van een bij het opleidingsniveau genoemd bedrag als bedoeld in bijlage IV van dit besluit.

  2. 2

    Gedurende het eerste leerjaar hebben de aspiranten geen recht op de toelagen en vergoedingen genoemd in dit besluit, met uitzondering van de operationele toelage bedoeld in artikel 14.

  3. 3

    Gedurende het tweede leerjaar ontvangen: a.aspiranten die vanaf 1 januari 2021 beginnen met een opleiding op niveau 4 tijdens de eerste zes maanden het salaris behorend bij de eerste regel bij schaal 4a in bijlage II van dit besluit en tijdens de tweede zes maanden het salaris behorend bij de tweede regel bij schaal 4a in bijlage II; b.de overige aspiranten een salaris als bedoeld in bijlage V van dit besluit.

  4. 4

    Gedurende het derde leerjaar ontvangen aspiranten een salaris als bedoeld in bijlage VI van dit besluit.

  5. 5

    Gedurende het vierde leerjaar ontvangen aspiranten een salaris als bedoeld in bijlage II van dit besluit.

  6. 6

    Gedurende het tweede en, indien van toepassing, derde en vierde leerjaar is artikel 50, eerste lid, van toepassing.

  7. 7

    Gedurende de gehele opleiding is op de aspirant artikel 17a niet van toepassing.

  8. 8

    Na het succesvol afronden van de opleiding vindt aanstelling plaats: a.in een functie waaraan salarisschaal 4 is verbonden van de aspirant die een opleiding heeft afgerond op niveau 2; b.in een functie waaraan salarisschaal 6 is verbonden van de aspirant die een opleiding heeft afgerond op niveau 3; c.in een functie waaraan salarisschaal 7 is verbonden van de aspirant die een opleiding heeft afgerond op niveau 4; d.in een functie waaraan salarisschaal 8 is verbonden van de aspirant die een opleiding heeft afgerond op niveau 6; e.in een functie waaraan salarisschaal 9 is verbonden van de aspirant die een opleiding heeft afgerond op niveau 7, waarbij het salaris wordt vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan het bij het desbetreffende opleidingsniveau behorende garantiebedrag, genoemd in bijlage III van dit besluit.

  9. 9

    In afwijking van het achtste lid, onder c, vindt de aanstelling van de aspirant in het vakgebied GGP, die op of na 1 januari 2021 met de opleiding is gestart en deze op niveau 4 heeft afgerond, plaats in een functie waaraan salarisschaal 6 is verbonden. Daarbij geldt het garantiebedrag behorende bij opleidingsniveau 3, genoemd in bijlage III.

  10. 10

    De bedragen, genoemd in bijlage IV, worden gewijzigd conform artikel 17, tweede lid, van het Besluit studiefinanciering 2000.

  11. 11

    Dit artikel is niet van toepassing op de aspirant die in de twee jaar direct voorafgaand aan zijn aanstelling gemiddeld per maand een aan arbeid gerelateerd inkomen heeft genoten van ten minste € 1.462,75. Op deze aspirant is artikel 3a van toepassing. In dit artikellid wordt onder aan arbeid gerelateerd inkomen verstaan inkomen verkregen uit: a.arbeid in loondienst; b.de uitoefening van een bedrijf of de zelfstandige uitoefening van een beroep; c.een uitkering op grond van een werknemersverzekering als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of een uitkering die hiermee naar aard en strekking overeenkomt; d.een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:15159Rechtbank Den Haag, 23 april 2024 (ambtenarenrecht)

    Rechtspositie politie-aspiranten, arbeidsvoorwaardenakkoord 2022-2024, tijdelijke financiële tegemoetkoming vanwege onregelmatigheid en werkdruk in het politiekorps. De rechtbank is van oordeel dat…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:159Rechtbank Midden-Nederland, 18 januari 2024 (ambtenarenrecht)

    Rechtspositie politie-aspiranten, arbeidsvoorwaardenakkoord 2022-2024, tijdelijke financiële tegemoetkoming vanwege onregelmatigheid en werkdruk in het politiekorps. Proefproces door…

  • ECLI:NL:CRVB:2021:3219Centrale Raad van Beroep, 17 december 2021 (ambtenarenrecht)

    Afwijzing verzoek om herziening van het aanstellingsbesluit voor wat betreft de inschaling. Geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De korpschef heeft bij de berekening van de inschaling van…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:3621Rechtbank Rotterdam, 26 april 2021 (bestuursrecht)

    Afwijzing verzoek om met terugwerkende kracht in een hogere schaal te worden geplaatst. Geen rechtstreeks beroep op een arbeidsvoorwaardenakkoord mogelijk. De relevante afspraak uit dat akkoord is in…

  • ECLI:NL:CRVB:2018:1977Centrale Raad van Beroep, 28 juni 2018 (ambtenarenrecht)

    Afwijzing verzoek van betrokkenen. Hieraan heeft appellant ten grondslag gelegd dat betrokkenen geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden hebben aangevoerd op grond waarvan moet worden…

  • ECLI:NL:RBAMS:2017:3054Rechtbank Amsterdam, 9 mei 2017 (bestuursrecht)

    Geschil over inschaling van recherchekundigen in opleiding bij de politie in periode dat regionale korpsen werden omgevormd tot een nationaal korps. Uitgangspunt is dat het bestuursorgaan in…

  • ECLI:NL:CRVB:2017:963Centrale Raad van Beroep, 9 maart 2017 (ambtenarenrecht)

    Afwijzing verzoek om bevordering naar hogere functie. Terecht is aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat artikel 3, zevende lid, van het Bbp niet op appellante van toepassing is. De…

  • ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8061Centrale Raad van Beroep, 26 mei 2011 (ambtenarenrecht)

    Afwijzing verzoek om herziening salarisvaststelling. De korpsbeheerder heeft het herzieningsverzoek van betrokkene voor zover het betreft de periode vanaf zijn aanstelling tot de datum van indiening…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.