Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES

Huidige tekst

Artikel 4 Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De bewapening van de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, van de rijkswet bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit: a.een korte wapenstok; b.de pepperspray en nazorgmiddelen.

  2. 2

    Indien de ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, is aangesteld in een van de rangen, bedoeld in artikel 3a, onder c, van het Besluit rechtspositie korps politie BES, omvat zijn bewapening tevens het pistool. Het bewapenen van de ambtenaar van politie, bedoeld in het eerste lid, op wie de eerste volzin niet van toepassing is, met het pistool is toegestaan indien Onze Minister en Onze Minister van Justitie daarvoor, onder door hen te stellen voorwaarden, toestemming hebben verleend.

  3. 3

    Het verzoek voor het bewapenen met het pistool wordt gedaan door de korpsbeheerder.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.