Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES

Huidige tekst

Artikel 22 Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De geleider speurhond menselijke geur wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot: a.zijn kennis met betrekking tot de veiligstelling van goederen en het afnemen van geurmonsters ten behoeve van een geuridentificatieproef; b.de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond menselijke geur; c.de toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.

  2. 2

    De geleider politiespeurhond verdovende middelen wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot: a.de bekende methoden van verbergen en verpakken van verdovende middelen; b.de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond verdovende middelen; c.de inhoud van de regelgeving inzake verdovende middelen; d.de toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.

  3. 3

    De geleider politiespeurhond explosieven wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot: a.de bekende methoden van plaatsen, verbergen en verpakken van explosieven, wapens en munitie; b.de opslag en het vervoer van explosieven; c.de factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond explosieven; d.de inhoud van de regelgeving inzake wapens, munitie en gevaarlijke stoffen; e.de toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.

  4. 4

    De geleider politiespeurhond stoffelijke resten wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd met betrekking tot: a.de theorie inzake het werken met een speurhond stoffelijke resten; b.factoren die van invloed zijn op het functioneren van de politiespeurhond stoffelijke resten; c.de inhoud van de regelgeving inzake lijkbezorging; d.toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.

  5. 5

    De geleider van de politiespeurhond geld wordt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond geëxamineerd over kennis van: a.bankbiljetten; b.de zoekmogelijkheden van de politiespeurhond geld; c.het africhten van de politiespeurhond geld; d.de inzetbaarheid van de politiespeurhond geld bij opsporingsonderzoeken; e.de toepasselijke strafvorderlijke bepalingen.

  6. 6

    De examenvragen en de examenstof worden door de keuringscommissie voor de politiespeurhond vastgesteld.

  7. 7

    Indien het examen niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.