Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES

Huidige tekst

Artikel 21 Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een politiespeurhond kunnen deelnemen ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, onder a en c, van de rijkswet die door de korpsbeheerder zijn aangewezen als geleider.

  2. 2

    Voor een keuring komen in aanmerking honden die: a.door een gediplomeerd dierenarts gezond zijn verklaard; b.ingeënt zijn tegen de in het keuringsreglement aangewezen ziekten.

  3. 3

    De keuring vindt niet plaats dan nadat de geleider politiespeurhond een van de examens, bedoeld in artikel 22, met goed gevolg heeft afgelegd.

  4. 4

    De keuring van een combinatie van een geleider en een politiespeurhond geschiedt door de keuringscommissie voor de politiespeurhond op basis van het keuringsreglement voor de politiespeurhond.

  5. 5

    De verdovende middelen, bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel d, onder 2° , worden geplaatst en verborgen in kleine hoeveelheden, op locaties en in verpakkingen overeenkomstig de praktijk.

  6. 6

    De politiespeurhond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.

  7. 7

    Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen. Voor een combinatie van een geleider en een politiespeurhond menselijke geur die wordt gekeurd voor de geuridentificatietaak bestaat de mogelijkheid van meer dan twee herkansingen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.