Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel

Huidige tekst

Artikel 2.11 Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel

Geldt sinds 1 augustus 2017

Vakdidactische bekwaamheid leraar, kunde De leraar is vakdidactisch bekwaam wat betreft kunde indien de leraar of docent ten minste: a.onderwijs kan voorbereiden, wat betekent dat hij: 1°. doelen kan stellen, leerstof kan selecteren en ordenen; 2°. samenhangende lessen kan uitwerken met passende werkvormen, materialen en media, afgestemd op het niveau en de kenmerken van zijn leerlingen; 3°. passende en betrouwbare toetsen kan kiezen, maken of samenstellen; b.onderwijs kan uitvoeren en het leren kan organiseren, wat betekent dat hij: 1°. een adequaat klassenmanagement kan realiseren; 2°. aan leerlingen de verwachtingen en leerdoelen duidelijk kan maken en leerlingen kan motiveren om deze te halen; 3°. de leerstof aan zijn leerlingen begrijpelijk en aansprekend kan uitleggen, voordoen hoe ermee gewerkt moet worden en daarbij inspelen op de taalbeheersing en taalontwikkeling van zijn leerlingen; 4°. doelmatig gebruik kan maken van beschikbare digitale leermaterialen en leermiddelen; 5°. de leerlingen met gerichte activiteiten de leerstof kan laten verwerken, daarbij variatie aanbrengen en bij instructie en verwerking differentiëren naar niveau en kenmerken van zijn leerlingen; 6°. de leerling kan begeleiden bij die verwerking, stimulerende vragen stellen en opbouwende gerichte feedback geven op taak en aanpak; 7°. samenwerking, zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid stimuleren; c.onderwijs kan evalueren en ontwikkelen, wat betekent dat hij: 1°. de voortgang kan volgen, de resultaten kan toetsen, analyseren en beoordelen; 2°. feedback kan vragen van leerlingen en deze feedback tezamen met zijn eigen analyse van de voortgang kan gebruiken voor een gericht vervolg van het onderwijsleerproces; 3°. leerproblemen kan signaleren en indien nodig met hulp van collega’s oplossingen kan zoeken of doorverwijzen; 4°. advies kan vragen aan collega’s of andere deskundigen; 5°. weet wanneer en hoe hij advies kan geven; 6°. hierbij gebruik kan maken van methodieken voor professionele consultatie en leren, zoals supervisie en intervisie; 7°. zijn didactische aanpak en handelen kan evalueren, analyseren, bijstellen en ontwikkelen; 8°. kan bijdragen aan pedagogisch-didactische evaluaties in zijn school en deze in afstemming met zijn collega’s kan gebruiken bij de onderwijsontwikkeling in zijn school; 9°. de inhoud en de didactische aanpak van zijn onderwijs kan uitleggen en verantwoorden; 10°. in staat is tot kritische reflectie op zijn eigen pedagogisch-didactisch handelen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.