Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen

Huidige tekst

Artikel 20 Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen

Geldt sinds 1 februari 2002

  1. 1

    De vaarbevoegdheden kunnen alleen worden uitgeoefend aan boord van olietankschepen, chemicaliëntankschepen, gastankschepen, stoomschepen of op een andere bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, aan te wijzen categorie van schepen, indien dit uitdrukkelijk is aangegeven op het vaarbevoegdheidsbewijs.

  2. 2

    Een vaarbevoegdheid is uitgebreid of beperkt tot een bepaalde categorie schepen, dan wel tot een bepaald brutotonnage, respectievelijk een bepaald voortstuwingsvermogen, indien deze uitbreiding, respectievelijk beperking uitdrukkelijk op het vaarbevoegdheidsbewijs is opgenomen.

  3. 3

    De vaarbevoegdheden als eerste maritiem officier kleine schepen en maritiem officier kleine schepen zijn uitsluitend geldig op schepen van minder dan 3000 GT en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.