Huidige tekst
Artikel 2.19 Beleidsregels risicoverevening 2023
SES 1 Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium SES op: a.de indeling in SES-klassen 2023 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 15 van deze Beleidsregels; b.de leeftijd volgens het PKB 2021; c.het inkomen volgens de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2019; d.het inkomen volgens de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2020 wanneer voor 2019 geen gegevens beschikbaar zijn; e.het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer volgens het belastingdienstbestand over 2021; f.het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer volgens het PKB 2021 wanneer een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2021; g.bewoners Wlz-instelling volgens Wlz-declaraties december 2020 en Wlz-declaraties december 2021; en h.de indeling in DKG_G-klassen zoals beschreven in Artikel 2.9. 2 Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid onderdeel b tot en met h, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2021 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 15 van deze Beleidsregels, in welke SES-klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3 Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PER 2022, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per SES-klasse constant blijft. 5 Het Zorginstituut past een correctie toe vanwege de verruiming van de Wlz per 2021 voor verzekerden met een psychische stoornis.