Huidige tekst
Artikel 2.10 Beleidsregels risicoverevening 2023
HKG_C 1 Het Zorginstituut baseert het geraamde aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium HKG_C op: a.de indeling in HKG_C-klassen 2023 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 6 van deze Beleidsregels; en b.de opgave per 1 juni 2022 van declaraties hulpmiddelen 2021 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. 2 Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PER 2022 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 6 van deze Beleidsregels, in welke HKG_C-klassen een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klassen waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3 Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium HKG_C de toepasselijke trendfactor toe. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, bedoeld in het tweede lid, met de toepasselijke trendfactor. 4 Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PER 2022 voor het eerst voorkomen per HKG_C-klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PER 2022 toe. 5 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen HKG_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen HKG_C’ in. 6 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium HKG_C naar de macroverzekerdenraming. 7 Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium HKG_C de toepasselijke COVID-correctiefactor toe.