Belastingregeling voor het Koninkrijk

BRK

Huidige tekst

Artikel 36 BRK

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Elk van de landen verleent - op verzoek - aan elk van de andere landen bijstand bij de invordering van belastingen geheven ten behoeve van laatstbedoeld land of een staatkundig onderdeel daarvan, daaronder begrepen de daarmede in verband staande rente, kosten en niet door de strafrechter opgelegde boeten en verhogingen.

  2. 2

    Het verzoek om bijstand wordt door de Minister van Financiën van het betrokken land gericht tot de Minister van Financiën van het land waaraan het verzoek wordt gedaan. Het verzoek dient vergezeld te gaan van: a.de executoriale titel tegen degene te wiens laste invordering wordt verzocht; b.een verklaring omtrent het al of niet onherroepelijk vaststaan van de belastingschuld; c.een verklaring omtrent de mogelijkheden tot invordering op het grondgebied van het land dat het verzoek doet; d.andere stukken en gegevens welke van nut kunnen zijn.

  3. 3

    De betekening van de executoriale titel, het bevel tot betaling en de tenuitvoerlegging geschieden door een door de Minister van Financiën van het land waaraan het verzoek is gedaan aangewezen ambtenaar overeenkomstig de in dat land van kracht zijnde voorschriften met betrekking tot door die Minister van Financiën als soortgelijk aangemerkte belastingschulden. Zolang geen verklaring is ingekomen dat de belastingschuld onherroepelijk vaststaat, beperkt dat land zich tot maatregelen om de inning van de belastingschuld te verzekeren.

  4. 4

    De belastingschulden worden in het land waaraan het verzoek is gedaan, niet als bevoorrechte schulden beschouwd.

  5. 5

    Het land waaraan het verzoek is gedaan, is niet verplicht: a.aan het verzoek te voldoen indien de mogelijkheden tot invordering op het grondgebied van het land dat het verzoek heeft gedaan, niet zijn uitgeput; b.over te gaan tot een maatregel indien een soortgelijke maatregel niet toegelaten is in het land dat het verzoek heeft gedaan.

  6. 6

    De niet-verhaalbare kosten van invordering worden vergoed door het land dat het verzoek heeft gedaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:OGEAC:2020:316Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 31 augustus 2020 (civiel recht)

    Gerecht onbevoegd. Gedaagde is in Nederland gevestigd. De woonplaats van eiseres (Curaçao) is in dit geval onvoldoende voor het aannemen van rechtsmacht. Rechtsmacht zou exorbitant zijn. Artikel 103b…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2020:131Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 15 mei 2020 (belastingrecht)

    In hoger beroep is de vraag aan de orde of belanghebbende terecht niet-ontvankelijk in zijn bezwaar is verklaard. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de op 2 april 2015 opgelegde…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2018:104Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 29 mei 2018 (belastingrecht)

    Het betreft een verzoek tot internationale inlichtingenuitwisseling namens de Staatssecretaris van Financiën van Nederland gericht aan het Ministerie van Financiën - Directie Fiscale Zaken van…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2018:58Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 6 februari 2018 (belastingrecht)

    “Het betreft een verzoek internationale inlichtingenuitwisseling in de zin van artikel 62 Algemene Landsverordening Landsbelastingen (Curaçao). Anders dan het Gerecht oordeelt het Hof dat…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2018:59Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 6 februari 2018 (bestuursrecht)

    “Het betreft een verzoek internationale inlichtingenuitwisseling in de zin van artikel 62 Algemene Landsverordening Landsbelastingen (Curaçao). Anders dan het Gerecht oordeelt het Hof dat…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2018:60Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 6 februari 2018 (bestuursrecht)

    Het betreft een verzoek internationale inlichtingenuitwisseling in de zin van artikel 62 Algemene Landsverordening Landsbelastingen (Curaçao). Anders dan het Gerecht oordeelt het Hof dat…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2018:62Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 6 februari 2018 (bestuursrecht)

    Het betreft een verzoek internationale inlichtingenuitwisseling in de zin van artikel 62 Algemene Landsverordening Landsbelastingen (Curaçao). Anders dan het Gerecht oordeelt het Hof dat…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.