Belastingregeling voor het Koninkrijk

BRK

Huidige tekst

Artikel 34 BRK

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Voor de toepassing van dit hoofdstuk: a.wordt een natuurlijke persoon, die ingevolge de desbetreffende belastingregelingen inwoner is van beide landen, geacht inwoner te zijn van het land waar hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide landen een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht inwoner te zijn van het land waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen); b.indien niet kan worden bepaald in welk land hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft, of indien hij in geen van de landen een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht inwoner te zijn van het land waar hij gewoonlijk verblijft; c.indien hij in beide landen of in geen van beide gewoonlijk verblijft, regelen de bevoegde autoriteiten van de landen de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming.

  2. 2

    Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van artikel 2, eerste lid, letter d, inwoner van beide landen is, wordt hij geacht inwoner te zijn van het land waar de plaats van zijn werkelijke leiding is gevestigd. Het in de vorige zin bepaalde geldt ook voor de toepassing van de Wet op de dividendbelasting 1965, tenzij moet worden aangenomen dat de doorslaggevende reden voor het verplaatsen van de werkelijke leiding is geweest de heffing van dividendbelasting onmogelijk te maken.

  3. 3

    Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen en luchtvaartuigen welke binnen een van de landen hun thuishaven hebben, als deel van dat land beschouwd.

  4. 4

    Voor zoveel nodig in afwijking van het eerste lid wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk een natuurlijke persoon, jonger dan 27 jaar, die herkomstig is uit een van de landen en uitsluitend voor opvoeding of voor studie - het verkrijgen van bedrijfs- of beroepservaring daaronder begrepen - verblijft in een van de andere landen, geacht inwoner te zijn van het land van herkomst, indien hij ingevolge de desbetreffende belastingregelingen van dat land daarvan inwoner is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:500Parket bij de Hoge Raad, 25 april 2025 (belastingrecht)

    Art. 4 AWR; woonplaats. Woonplaatsbegrip is niet aan herijking of nadere invulling toe. Open norm. Vertrouwensbeginsel. Gelijkheidsbeginsel.

  • ECLI:NL:PHR:2020:1150Parket bij de Hoge Raad, 1 december 2020 (belastingrecht)

    Nederlandse BV met statutair bestuur in Singapore betaalt dividend aan aandeelhouder op St. Maarten; Nederland heffingsbevoegd onder art. 2(1)(d) BRK en art. 3(4) Verdrag Singapore? tie breaker…

  • ECLI:NL:PHR:2015:818Parket bij de Hoge Raad, 20 mei 2015 (belastingrecht)

    Sarakreek-geval; v.i.-zelfstandigheidsfictie; beschikking inhaalverlies; fiscale eenheid tussen dochter met buitenlandse verlies-v.i. en moeder die tegen een royalty een extern gekocht IP aan dochter…

  • ECLI:NL:PHR:2015:151Parket bij de Hoge Raad, 19 februari 2015 (belastingrecht)

    Zeelieden zonder Nederlandse nationaliteit en zonder woonplaats aan wal waren in de jaren zestig (gerechtvaardigd) niet verzekerd voor de AOW. Levert dat in de huidige eeuw, te tijde van de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:90Gerechtshof Amsterdam, 13 januari 2022 (belastingrecht)

    Art. 4 AWR (plaats van werkelijke leiding lichaam); artikel 7.5, lid 6, Wet IB 2001 (vestigingsplaatsfictie). Buitenlandse belastingplicht box 2. Dga van naar Nederlands recht opgerichte BV is in…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:9535Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 november 2020 (belastingrecht)

    VPB. OB. Dividendbelasting. Beroep wegens niet tijdig beslissen. Belanghebbende was ten tijde van opleggen van de belastingaanslagen naar Curaçaos recht opgehouden te bestaan. Dit heeft tot gevolg…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:9537Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 november 2020 (belastingrecht)

    VPB. Kansspelbelasting. OB. Dividendbelasting. Beroep wegens niet tijdig beslissen. Belanghebbende was ten tijde van opleggen van de belastingaanslagen naar Curaçaos recht opgehouden te bestaan. Dit…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:9539Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 november 2020 (belastingrecht)

    VPB. OB. Dividendbelasting. Beroep wegens niet tijdig beslissen. Belanghebbende was ten tijde van opleggen van de belastingaanslagen naar Curaçaos recht opgehouden te bestaan. Dit heeft tot gevolg…

77 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.