Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen

BJJI

Huidige tekst

Artikel 80 BJJI

Geldt sinds 1 januari 2021

  1. 1

    De in de artikelen 18 en 19 alsmede hoofdstukken XII tot en met XV aan de jeugdige toegekende rechten kunnen, behoudens ingeval Onze Minister, de Medisch Adviseur onderscheidenlijk de beklag- of beroepscommissie, de beklagcommissie, bedoeld in hoofdstuk XIIIA, of de beroepscommissie, bedoeld in hoofdstuk XIVA of XIVB, van oordeel is dat zwaarwegende belangen van de jeugdige zich daartegen verzetten, mede worden uitgeoefend door diens ouders of voogd, stiefouder of pleegouders.

  2. 2

    De directeur draagt zorg dat de in het eerste lid genoemde personen bij binnenkomst van de jeugdige schriftelijk en voor zover mogelijk in een voor hem begrijpelijke taal op deze rechten opmerkzaam worden gemaakt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.