Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

AI

Huidige tekst

Artikel 17 AI

Geldt sinds 1 juli 2020

  1. 1

    De ambtenaar die geweld heeft aangewend, meldt schriftelijk de aard, waaronder het gebruikte geweldmiddel, en de gevolgen daarvan en mondeling de feiten en omstandigheden, waaronder de redenen die tot het aanwenden van geweld hebben geleid, zo spoedig mogelijk aan de hulpofficier van justitie die krachtens aanwijzing is belast met de registratie van aangewend geweld.

  2. 2

    Indien de ambtenaar die geweld heeft aangewend, onder leiding van een ter plaatse aanwezige meerdere heeft opgetreden en geweld heeft aangewend na diens uitdrukkelijke last, geschiedt de melding, bedoeld in het eerste lid, door deze meerdere. De ambtenaar verstrekt de hulpofficier van justitie, bedoeld in het eerste lid, desgevraagd de nodige inlichtingen.

  3. 3

    De melding wordt door de hulpofficier van justitie, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk geregistreerd op een daartoe door Onze Minister vastgestelde wijze, indien: a.het aanwenden van geweld de dood dan wel lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis heeft veroorzaakt; b.gebruik is gemaakt van een vuurwapen, of c.het aanwenden van geweld naar het oordeel van de hulpofficier van justitie daartoe aanleiding geeft.

  4. 4

    Van de geweldsregistratie wordt terstond kennis gegeven aan: a.Onze Minister, indien het geweld is aangewend door de korpschef of een krachtens artikel 28, derde lid, van de Politiewet 2012 aangewezen lid van de leiding van de politie; b.de korpschef, indien het geweld is aangewend door een andere ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onder a of c, van de Politiewet 2012, die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak; c.de commandant van de Koninklijke marechaussee, indien het geweld is aangewend door een militair bij de uitvoering van diens in de Politiewet 2012 omschreven taak; d.de directeur van de rijksrecherche, indien het geweld is aangewend door een ambtenaar van de rijksrecherche die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.

  5. 5

    De hulpofficier van justitie geeft de ambtenaar die geweld heeft aangewend, alsmede, indien van toepassing, de meerdere die de last tot het aanwenden van geweld heeft gegeven zo spoedig mogelijk kennis van de geweldsregistratie.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:3122Rechtbank Den Haag, 22 februari 2024 (civiel recht)

    Deelgeschil over de vraag of de politie onrechtmatig heeft gehandeld door de (wijze van) inzet van een politiehond bij de aanhouding van verzoeker. De rechtbank komt tot de conclusie dat geen sprake…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:6231Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 augustus 2020 (strafrecht)

    Beroep op niet-ontvankelijkheid OM dan wel strafvermindering op grond van bij de aanhouding van verdachte van een inbraakpoging door politieambtenaren toegepaste geweldshandelingen en het niet melden…

  • ECLI:NL:GHAMS:2016:578Gerechtshof Amsterdam, 24 februari 2016 (materieel strafrecht)

    met (gepast) geweld omdoen van handboeien, met vermelding daarvan in het proces-verbaal is niet in strijd met de Ambtsinstructie. Geen vormverzuim

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.