Algemene wet op het binnentreden

Awbi

Huidige tekst

Artikel 1 Awbi

Geldt sinds 1 juni 1999

  1. 1

    Degene die bij of krachtens de wet belast is met de opsporing van strafbare feiten of enig ander onderzoek, met de uitvoering van een wettelijk voorschrift of met het toezicht op de naleving daarvan, dan wel een bevoegdheid tot vrijheidsbeneming uitoefent, en uit dien hoofde in een woning binnentreedt, is verplicht zich voorafgaand te legitimeren en mededeling te doen van het doel van het binnentreden. Indien twee of meer personen voor hetzelfde doel in een woning binnentreden, rusten deze verplichtingen slechts op degene die bij het binnentreden de leiding heeft.

  2. 2

    Indien de naleving van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen naar redelijke verwachting ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen, feitelijk onmogelijk is dan wel naar redelijke verwachting de strafvordering schaadt ten aanzien van misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, gelden deze verplichtingen slechts voor zover de naleving daarvan in die omstandigheden kan worden gevergd.

  3. 3

    Een persoon in dienst van een bestuursorgaan die zich ingevolge het eerste lid legitimeert, toont een legitimatiebewijs dat is uitgegeven door of in opdracht van dat bestuursorgaan. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de houder en vermeldt diens naam en hoedanigheid. Indien de veiligheid van de houder van het legitimatiebewijs vordert dat zijn identiteit verborgen blijft, kan in plaats van zijn naam zijn nummer worden vermeld.

  4. 4

    De persoon, bedoeld in het eerste lid, die met toestemming van de bewoner wenst binnen te treden, vraagt voorafgaand aan het binnentreden diens toestemming. De toestemming moet blijken aan degene die wenst binnen te treden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:162Parket bij de Hoge Raad, 13 februari 2024 (strafrecht)

    Conclusie A-G. Opzettelijk voeren van ondeugdelijke administratie (art. 69 lid 1 AWR) en voorhanden hebben van een wapen en munitie (art. 26 lid 1 WWM). Falende middelen over 1) het niet (voldoende)…

  • ECLI:NL:PHR:2021:766Parket bij de Hoge Raad, 31 augustus 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Art. 36f.2 Sr. Slagende klacht over bevestiging door het hof van de beslissing tot oplegging schadevergoedingsmaatregel, terwijl het hof het vonnis heeft vernietigd t.a.v. vordering van…

  • ECLI:NL:PHR:2020:100Parket bij de Hoge Raad, 4 februari 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Bezit en verspreiding kinderpornografie. Besproken wordt (1) of sprake is van een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv wanneer een opsporingsambtenaar met instemming van de verdachte…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1436Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2019 (strafrecht)

    Economische zaak. Onder zich hebben van beschermde inheemse vogels die niet zijn voorzien van juiste pootring (meermalen gepleegd), art. 13.1 Flora- en faunawet. 1. OM n-o in vervolging, nu…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30848Rechtbank Den Haag, 20 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Opheffing bewaring / terugkeer Turkije / binnentreden De rechtbank stelt vast dat sprake is van een schending in het voortraject omdat de wijze waarop voorafgaande aan de staandehouding de woning…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:4883Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 juli 2026 (strafrecht)

    Veroordeling van aanwezig hebben hennepafval. Bestuurlijke controle. Bespreking verweren vormverzuimen: onrechtmatig binnentreden, het bestuurlijk interventieteam, verbaliseringsplicht en doorzoeking…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:20222Rechtbank Den Haag, 17 juli 2026 (vreemdelingenrecht)

    Vreemdelingenbewaring, binnentreden, grondslag ophouding, effectieve rechtsbijstand, gronden maatregel, lichter middel, voortvarend handelen en zicht op uitzetting, ongegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:11467Rechtbank Den Haag, 21 april 2026 (vreemdelingenrecht)

    bewaring, beroep, machtiging tot binnentreden, informatieplicht, lichter middel, ambtshalve toetsing, ongegrond.

150 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.