Aanwijzingen voor de regelgeving

Ar

Huidige tekst

Artikel 3.26 Ar

Geldt sinds 1 januari 2018

Aanwijzing 3.26 Aanduiding staatssecretarissen 1 In het opschrift, de aanhef en de ondertekening van een regeling wordt een staatssecretaris aangeduid als ‘ de Staatssecretaris van [aanduiding ministerie] ’. 2 In een regeling worden taken en bevoegdheden altijd aan een minister opgedragen, ook indien een staatssecretaris op het desbetreffende terrein als verantwoordelijk bewindspersoon fungeert. Toelichting Bij de aanduiding van de staatssecretaris wordt verwezen naar de naam van het ministerie en niet naar de taken van de staatssecretaris, óók als een ministerie meer dan één staatssecretaris telt; uit de ondertekening blijkt om welke staatssecretaris het gaat. Aangezien een staatssecretaris niet behoort tot de regering wordt de aanduiding ‘Onze Staatssecretaris’ niet gebruikt. Het tweede lid geldt ook voor het slotformulier van een klein koninklijk besluit. Zie aanwijzing 4.31, derde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2023:7533Rechtbank Rotterdam, 25 augustus 2023 (bestuursstrafrecht)

    BC. Boete vanwege overtreding van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken. Bevoegdheid staatssecretaris of minister? Geen twijfel aan juistheid bevindingen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.