Aanwijzingen voor de regelgeving

Ar

Huidige tekst

Artikel 3.25 Ar

Geldt sinds 1 januari 2018

Aanwijzing 3.25 Aanduiding minister voor koninkrijksaangelegenheid In een rijkswet of algemene maatregel van rijksbestuur wordt een minister, belast met de zorg voor een koninkrijksaangelegenheid, aangeduid als ‘ Onze Minister van/voor [...] in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk ’, tenzij daaromtrent geen verwarring kan bestaan. Toelichting Indien een minister soms als Nederlandse minister en in andere gevallen als minister, belast met de zorg voor een koninkrijksaangelegenheid, optreedt, kan verwarring worden voorkomen door in het laatste geval de minister als zodanig aan te duiden. Zie hierover Kamerstukken II 2002/03, 28836 (R 1735), A, punt 1a, en nr. 3, p. 1–2). Voorbeeld − Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk ( Artikel 1, onderdeel k, van de Paspoortwet ).

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.