Aanwijzingen voor de regelgeving

Ar

Huidige tekst

Artikel 3.23 Ar

Geldt sinds 1 januari 2018

Aanwijzing 3.23 Aanduiding ‘Onze Minister’ In een wet, een algemene maatregel van bestuur of een koninklijk besluit wordt een minister aangeduid met ‘ Onze Minister van [aanduiding ministerie] / Onze Minister voor [aanduiding minister zonder portefeuille] ’ of, indien die aanduiding in de begripsbepalingen is gedefinieerd, met ‘ Onze Minister ’. Toelichting De aanduiding ‘Onze Minister (van/voor ...)’ wordt alleen gebruikt in regelingen die door de Koning worden vastgesteld. In ministeriële regelingen wordt een minister aangeduid als ‘de Minister (van/voor ...)’. Zie voor de aanduiding van staatssecretarissen aanwijzing 3.26. In een regeling wordt een minister zonder portefeuille aangeduid met de voor hem vastgestelde benaming. Voorbeelden − Onze Minister van Defensie − Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.