Aanhef
Het college van dijkgraaf en heemraden en de dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;
Overwegende dat het uit oogpunt van effectiviteit en efficiency wenselijk is om diverse bevoegdheden die zijn neergelegd bij het dagelijks bestuur en de dijkgraaf te mandateren voor zover dat in overeenstemming is met de aard en inhoud van die bevoegdheden;
Gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de Waterschapswet en het Organisatiestatuut van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;
Besluiten
I. In te trekken de Algemene mandaatregels Schieland en de Krimpenerwaard, zoals vastgesteld in de vergadering van dijkgraaf en hoogheemraden van 16 mei 2006 en het daarop gebaseerde Mandaatbesluit, laatstelijk vastgesteld op 2 oktober 2012.
II. In te trekken het Budgetreglement HHSK 2007, zoals vastgesteld door de secretaris-directeur op 16 oktober 2007.
III. Vast te stellen het Algemeen bevoegdhedenbesluit Schieland en de Krimpenerwaard 2013.
HOOFDSTUK I. Algemeen
Artikel 1 Begripsomschrijving
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.bevoegdheid: mandaat, volmacht en/of machtiging;
b.budget: een in de begroting bij een product of project horende, taakstellende prestatie met de daarbij benodigde middelen;
c.budgethouder: de functionaris die door (onder)mandatering de bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft gekregen om binnen het vastgestelde budget verplichtingen aan te gaan;
d.college: het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;
e.dijkgraaf: de dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;
f.hoogheemraadschap: het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaad;
g.mandaat: de bevoegdheid om in naam van het bestuursorgaan besluiten te nemen, waaronder tevens de voorbereiding en de uitvoering ervan wordt verstaan;
h.mandaatgever: het bestuursorgaan dat de betreffende bevoegdheid heeft verleend;
i.machtiging: de bevoegdheid om in naam van het bestuursorgaan feitelijke handelingen te verrichten, die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
j.ondermandaat, -machtiging en -volmacht: de gemandateerde, gemachtigde of gevolmachtigde verleent mandaat, machtiging of volmacht aan een ander. Voor het verlenen van ondermandaat, ondermachtiging of ondervolmacht is toestemming van de naasthogere mandaat-, machtiging- of volmachtgever noodzakelijk;
k.ambtelijk opdrachtgever: de directeur of het afdelingshoofd die door de secretaris-directeur is aangewezen als de eindverantwoordelijke van een project. Daarnaast kunnen teamleiders, senior medewerkers of speciaal te benoemen functionarissen door de secretaris-directeur worden aangewezen als ambtelijk opdrachtgever, onverminderd de eindverantwoordelijkheid van het betrokken afdelingshoofd.
l.volmacht: de bevoegdheid om in naam van het bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
m.verenigde vergadering: de verenigde vergadering van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
n.crisis in de zin van het Calamiteitenplan: een gebeurtenis, zoals een incident, een calamiteit of een ramp, die het waterschap, de bewoners, bedrijven of andere partners in het beheergebied zodanig treft of kan treffen dat besloten wordt deze via crisisbeheersing te benaderen.
HOOFDSTUK II. Mandaat, volmacht en machtiging
Artikel 2 Mandaat, volmacht en machtiging aan de secretaris-directeur
1Het college en/of de dijkgraaf verlenen, onverminderd de in hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde uitsluitingen, aan de secretaris-directeur mandaat, volmacht en machtiging voor de uitoefening van de hen toekomende bevoegdheden zoals opgenomen in het bevoegdhedenregister als bedoeld in artikel 4.
2Het mandaat omvat mede de bevoegdheid tot het vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot het budgetbeheer en het aanwijzen van budgethouders.
3Het verleende mandaat omvat tevens de bevoegdheid tot ondertekening van de krachtens het mandaat, volmacht en machtiging genomen besluiten, tenzij anders aangegeven.
Artikel 3 Ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging
1De secretaris-directeur is bevoegd van de aan hem opgedragen bevoegdheden ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging te verlenen. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2Voor het verlenen van verder ondermandaat, ondermachtiging of ondervolmacht anders dan door de secretaris-directeur is, naast de toestemming van de mandaatgever, tevens toestemming van de naasthogere mandaat-, machtiging- of volmachtgever noodzakelijk. Het verlenen hiervan gebeurt door middel van een standaardformulier. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4 Bevoegdhedenregister
1De op grond van artikel 2 en 3 verleende (onder)mandaten, (onder)volmachten en (onder)machtigingen worden vastgelegd in het bij deze regeling behorende bevoegdhedenregister. Bevoegdheidstoekenningen aan projectleiders worden in het bevoegdhedenregister opgenomen voor zover deze niet in het projectcontract zijn opgenomen.
2Het bevoegdhedenregister wordt jaarlijks in januari vastgesteld door de secretaris-directeur. Bij gebreke daarvan blijft het oude bevoegdhedenregister gelden totdat het nieuwe register is vastgesteld.
Artikel 5 Algemene voorwaarden gebruik (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder)machtiging
1De uitoefening van het (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder)machtiging geschiedt binnen de grenzen van de vastgestelde taken/processen, met inachtneming van het ter zake geldende recht, de vastgestelde of vast te stellen beleids- en uitvoeringsregels alsmede de aangegeven beperkingen en voorwaarden, één en ander ter beoordeling aan de (onder)gemandateerde.
2De uitoefening van bevoegdheden met financiële gevolgen geschiedt met inachtneming van de in artikel 2, tweede lid bedoelde regels.
3De (onder)gemandateerde, (onder)gevolmachtigde of (onder)gemachtigde verschaft de mandaatgever op diens verzoek een rapportage over de uitoefening van de bevoegdheid.
4Indien de (onder)gemandateerde, (onder)gevolmachtigde of (onder)gemachtigde van oordeel is, dan wel redelijkerwijs te verwachten is dat een te nemen beslissing bestuurlijk gevoelig is en/of rechtstreeks gevolgen heeft voor de relatie met een ander overheidsorgaan, legt deze de te nemen beslissing met zijn advies voor aan het bestuursorgaan/de mandaatgever.
Artikel 6 Vervanging
Een (onder)mandaat, (onder)volmacht of (onder)machtiging kan bij ontstentenis of afwezigheid van de (onder)gemandateerde worden uitgeoefend door de door de naasthogere mandaatgever aangewezen plaatsvervanger. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7 Ondertekening
1Een krachtens (onder)mandaat, (onder)volmacht of (onder)machtiging genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan c.q. namens wie het is genomen en wordt als volgt ondertekend:
dijkgraaf en hoogheemraden / dijkgraaf van Schieland en de Krimpenerwaard,
namens dezen / namens deze
[handtekening]
[functie]
[naam]
HOOFDSTUK III. BEHEER VAN BUDGETTEN
III.1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 8 Vormen van budgetbeheer
In dit besluit wordt onderscheid gemaakt tussen het beheer van exploitatiebudgetten (zie III.2) en van investeringsbudgetten (zie III.3).
Artikel 9 Regels rondom het beheer van budgetten
Budgetbeheer vindt plaats met inachtneming van hetgeen is bepaald in hoofdstuk II van dit besluit, de artikelen 108 en 109 van de Waterschapswet en de daarbinnen gegeven regels in het kader van de rechtmatigheid. In het kader van de rechtmatigheid kan in principe worden gesteld dat overschrijding van budgetten niet is toegestaan.
Artikel 10 Decharge
De budgethouder wordt ontslagen van zijn/haar verantwoordelijkheid voor een budget of krediet nadat de verenigde vergadering de jaarrekening heeft vastgesteld en decharge heeft verleend aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden.
III.2 EXPLOITATIEBUDGETTEN
Artikel 11 Algemeen
1Onder een exploitatiebudget wordt verstaan een in de begroting opgenomen, taakstellende, prestatie met de daarbij behorende middelen. De begroting wordt vastgesteld door de verenigde vergadering en de uitvoering daarvan wordt gemandateerd aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden. De gemandateerde door het college is de secretaris-directeur. Door ondermandatering verleent de secretaris-directeur schriftelijk mandaat aan de directeur en/of aan de afdelingshoofden.
2Het afdelingshoofd bepaalt wie van zijn medewerkers budgethouder wordt van welk budget. Hij heeft hiervoor de instemming van de naasthoger gemandateerde nodig. Het afdelinghoofd blijft altijd verantwoordelijk voor het beheer van het totaal van alle aan hem gemandateerde budgetten (programmabegroting).
Artikel 12 Bevoegdheden budgethouders
Voor de uitvoering van het budgethouderschap komt aan de budgethouders de volgende bevoegdheden toe: de aanwending van het budget tot de in de begroting aangegeven bedragen per programma/beleidsveld/ beheerproduct of afdeling.
Artikel 13 Budgetbeheer: verplichtingen budgethouders
1De budgethouder is zowel kwalitatief als kwantitatief verantwoordelijk voor de realisatie van de prestaties binnen het daarvoor vastgestelde budget.
2De budgethouder zorgt ervoor dat de budgetten uitsluitend worden ingezet voor de daaraan ten grondslag liggende prestaties zoals vastgesteld in de begroting.
3Indien de overeengekomen prestatie voor een deel niet kan worden uitgevoerd, vervalt het recht op een evenredig deel van het budget.
4De budgethouder is verantwoordelijk voor de uitgaven en de inkomsten die voortvloeien uit de door hem aangegane verplichtingen, respectievelijk rechten.
5De budgethouder mag slechts een verplichting aangaan indien een toereikend budget aanwezig is. De grenzen voor de teken- en beschikkingsbevoegdheid voor nieuwe opdrachten en facturen staan vermeld in artikel 18. De verplichting dient te worden aangegaan volgens de regels van het door het hoogheemraadschap vastgestelde inkoopbeleid.
Artikel 14a Uitzondering bij crisis in de zin van Calamiteitenplan
1Een uitzondering op de bepalingen uit het voorgaande artikel zal bestaan als er sprake is van een crisis in de zin van het Calamiteitenplan.
2In die gevallen heeft de Dijkgraaf de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de crisisbeheersing.
De ambtelijke leiding is in handen van de Operationeel Leider; de Coördinator Plaats Incident heeft onder eindverantwoordelijkheid van de Operationeel Leider de leiding op locatie.
3Tijdens een crisissituatie blijft de normale bevoegdheidsverdeling van HHSK in stand. De bevoegdheden op gebied van crisisbeheersing komen pas en zolang in beeld zodra het betreffende afdelingshoofd een gebeurtenis niet via de normale bevoegdheden kan afhandelen en hij/zij ervoor kiest de (mogelijke) gebeurtenis via de crisisbeheersing methodiek te gaan benaderen.
4Indien noodzakelijk hebben de Operationeel Leider en de Coördinator Plaats Incident de bevoegdheid: (a) om af te wijken van het inkoop- en aanbestedingsreglement, dat wil zeggen opdracht verstrekken zonder aanbesteding of offerte-aanvraag (b) om af te wijken van het budgetreglement, dat wil zeggen uitgaven doen zonder dat bekend is of een toereikend budget beschikbaar is.
5Na afloop van de crisissituatie leggen de Dijkgraaf en de Operationeel Leider verantwoording af over het door hen gevoerde beheer.
Artikel 14b Uitzondering bij gebeurtenissen die de normale bedrijfsuitoefening verstoren en/of schade tot gevolg hebben maar die niet als crisis in de zin van het calamiteitenplan zijn aangemerkt
1Er kunnen gebeurtenissen optreden, die de normale uitoefening van een bedrijf verstoren en/of schade ten gevolg hebben, maar die niet kunnen worden aangemerkt als een crisis in het kader van het Calamiteitenplan en waarbij – om ergere schade te voorkomen – snel moet worden opgetreden. In die gevallen besluit het college hoe met de specifieke situatie moet worden omgegaan. De capaciteiten die in beginsel voor de aanpak van gebeurtenissen via crisisbeheersing bestemd zijn, kunnen ook ingezet worden om tegen gebeurtenissen, die (nog) niet als crisis in de zin van het calamiteitenplan zijn aangemerkt, op te treden. Bijvoorbeeld om door het wegnemen van oorzaken of het beperken van eventuele gevolgen te voorkomen dat die anders wel tot een crisis leiden.
2Achteraf moeten de betrokken budgethouders zo spoedig mogelijk een voorstel voorbereiden voor de compensatie van de ontstane overschrijding. Dekking van overschrijdingen is mogelijk door een beroep te doen op de raming van onvoorziene uitgaven of door een voorstel in te dienen voor een verschuiving tussen budgetten of voor een verhoging van het budget.
Artikel 15 Eigen verantwoordelijkheid van budgethouders
Om de budgethouder ten volle te kunnen aanspreken op zijn eigen verantwoordelijkheid voor het toegekende budget zal ieder hoger ambtelijk niveau en het dagelijks bestuur zich onthouden van het aangaan van externe verplichtingen zonder tussenkomst van of tijdige informatieverstrekking aan de betreffende budgethouder.
Artikel 16 Bevoegdheden bij afwezigheid van budgethouders
Bij ontstentenis of afwezigheid van de budgethouder worden de bij mandaat verleende bevoegdheden uitgeoefend door de door de mandaatgever aangewezen plaatsvervanger.
Artikel 17 Rapportages
Ten behoeve van de rapportages voor management en bestuur (Marap en Burap) stelt de budgethouder ten behoeve van de naasthogere budgethouder een rapportage op van de geplande, de werkelijke en de verwachte uitkomsten van zowel het budget als de prestaties.
Artikel 18 Teken- en beschikkingsbevoegdheid voor opdrachten en betalingen
Budgethouder
Tot € 50.000
Tot € 500.000
Tot € 1.000.000
Boven € 1.000.000
Secretaris-directeur
X
Directeur
X
Afdelingshoofd
X
Medewerker
X
Als een budgethouder een opdracht moet verstrekken die boven de gestelde grens uitgaat, wordt de opdracht (bestelaanvraag/inkooporder) goedgekeurd door de naasthogere budgethouder. Grotere opdrachten mogen niet worden geknipt om onder de gestelde grens te blijven. De genoemde bedragen zijn inclusief BTW.
III.3 INVESTERINGSBUDGETTEN
Artikel 19 Algemeen
Op basis van de in de begroting opgenomen investeringsplannen wordt door de verenigde vergadering een krediet gevoteerd om een geplande investering te kunnen uitvoeren. Voor iedere geplande investering moet afzonderlijk krediet worden aangevraagd.
Artikel 20 Verantwoordelijkheid
De eindverantwoordelijkheid voor de realisatie van de projecten, waarvoor de verenigde vergadering een investeringskrediet beschikbaar heeft gesteld, ligt bij de secretaris-directeur. De opdrachtgever draagt de realisatie van de projecten op aan een projectleider of aan een programmamanager. Projectleiders en programmamanagers werken onder de verantwoordelijkheid van een ambtelijk opdrachtgever.
De aangewezen budgethouder zorgt er voor dat de projecten worden gerealiseerd binnen de financiële kaders van het vastgestelde investeringsbesluit en conform de doelstelling(en) van het project.
Artikel 21 Budgetbeheer: bevoegdheden budgethouders
Voor de uitvoering van het budgetbeheer krijgen de in deze regeling genoemde budgethouders de volgende bevoegdheid:
a.De aanwending van mensuren tot de in het investeringsbesluit gecalculeerde aantallen en daarmee corresponderende budgetraming;
b.De aanwending van het projectbudget binnen de kaders van het vastgestelde investeringsbesluit.
Artikel 22 Eigen verantwoordelijkheid van budgethouders
Om de budgethouder ten volle te kunnen aanspreken op zijn verantwoordelijkheid voor het toegekende krediet zal ieder hoger ambtelijk niveau en het dagelijks bestuur zich onthouden van het aangaan van externe verplichtingen zonder tussenkomst van of tijdige informatieverstrekking aan de betreffende budgethouder.
Artikel 23 Bevoegdheden bij afwezigheid van de budgethouder
Bij afwezigheid van de budgethouder worden de bij mandaat verleende bevoegdheden uitgeoefend door de opdrachtgever.
Artikel 24 Budgetbeheer: verplichtingen budgethouders
1De budgethouder is zowel kwalitatief als kwantitatief verantwoordelijk voor de realisatie van het project binnen het projectresultaat en het daarvoor vastgestelde projectbudget.
2De budgethouder is er verantwoordelijk voor dat de budgetten uitsluitend worden ingezet voor het daaraan ten grondslag liggende project.
3De budgethouder mag slechts een verplichting aangaan indien een toereikend budget aanwezig is. De grenzen voor de teken- en beschikkingsbevoegdheid voor nieuwe opdrachten en facturen staan vermeld in artikel 27. De verplichting dient te worden aangegaan volgens de regels van het door het hoogheemraadschap vastgestelde inkoopbeleid.
4De budgethouder of een door hem/haar aangewezen functionaris legt de op een project betrekking hebbende verplichtingen vast in een daarvoor bij de projectopdracht aangewezen systeem zodat te allen tijde de actuele stand van de reeds aangegane verplichtingen ten opzichte van het totale budget duidelijk is.
5De budgethouder is verantwoordelijk voor de uitgaven respectievelijk de inkomsten die voortvloeien uit de door hem aangegane verplichtingen, respectievelijk ontstane rechten voor het project.
6De budgethouder verstrekt tijdig en op verzoek alle gegevens en stukken die nodig zijn voor een juiste verzorging van de financiële administratie, de budgetbewaking en de (jaar-) verslaggeving.
Artikel 25a Uitzondering bij crisis in de zin van Calamiteitenplan
1Een uitzondering op de bepalingen uit het voorgaande artikel zal bestaan als er sprake is van een crisis in de zin van het Calamiteitenplan.
2In die gevallen heeft de Dijkgraaf de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de crisisbeheersing.
De ambtelijke leiding is in handen van de Operationeel Leider; de Coördinator Plaats Incident heeft onder eindverantwoordelijkheid van de Operationeel Leider de leiding op locatie.
3Tijdens een crisissituatie blijft de normale bevoegdheidsverdeling van HHSK in stand. De bevoegdheden op gebied van crisisbeheersing komen pas en zolang in beeld zodra het betreffende afdelingshoofd een gebeurtenis niet via de normale bevoegdheden kan afhandelen en hij/zij ervoor kiest de (mogelijke) gebeurtenis via de crisisbeheersing methodiek te gaan benaderen.
4Indien noodzakelijk hebben de Operationeel Leider en de Coördinator Plaats Incident de bevoegdheid: (a) om af te wijken van het inkoop- en aanbestedingsreglement, dat wil zeggen opdracht verstrekken zonder aanbesteding of offerte-aanvraag (b) om af te wijken van het budgetreglement, dat wil zeggen uitgaven doen zonder dat bekend is of een toereikend budget beschikbaar is.
5Na afloop van de crisissituatie leggen de Dijkgraaf en de Operationeel Leider verantwoording af over het door hen gevoerde beheer.
Artikel 25b Uitzondering bij gebeurtenissen die de normale bedrijfsuitoefening verstoren en/of schade tot gevolg hebben maar die niet als crisis in de zin van het calamiteitenplan zijn aangemerkt
1Er kunnen gebeurtenissen optreden, die de normale uitoefening van een bedrijf verstoren en/of schade ten gevolg hebben, maar die niet kunnen worden aangemerkt als een crisis in het kader van het Calamiteitenplan en waarbij – om ergere schade te voorkomen – snel moet worden opgetreden. In die gevallen besluit het college hoe met de specifieke situatie moet worden omgegaan. De capaciteiten die in beginsel voor de aanpak van gebeurtenissen via crisisbeheersing bestemd zijn, kunnen ook ingezet worden om tegen gebeurtenissen, die (nog) niet als crisis in de zin van het calamiteitenplan zijn aangemerkt, op te treden. Bijvoorbeeld om door het wegnemen van oorzaken of het beperken van eventuele gevolgen te voorkomen dat die anders wel tot een crisis leiden.
2Achteraf moeten de betrokken budgethouders zo spoedig mogelijk een voorstel voorbereiden voor de compensatie van de ontstane overschrijding. Dekking van overschrijdingen is mogelijk door een beroep te doen op de raming van onvoorziene uitgaven of door een voorstel in te dienen voor een verschuiving tussen budgetten of voor een verhoging van het budget.
Artikel 26 Gestructureerde Informatie – uitwisseling en Rapportages
1Het hoofd van de afdeling BV stelt de budgethouder in staat tijdig te beschikken over de informatie die van belang is voor een goede vervulling van het budgetbeheer en de daarover af te leggen verantwoording.
2Op de tijdstippen zoals opgenomen in de P&C kalender rapporteert de budgethouder aan de opdrachtgever, mede ten behoeve van het opstellen van een voortgangsrapportage aan het bestuur, volgens vastgestelde formats en richtlijnen.
3De budgethouder levert voortgangsrapportages op grond van subsidieverplichtingen.
Artikel 27 Teken- en beschikkingsbevoegdheid voor opdrachten en betalingen
budgethouder
Tot € 50.000
Tot € 500.000
Tot € 1.000.000
Boven € 1.000.000
Secretaris-directeur
X
Directeur
X
Afdelingshoofd
X
Medewerker
X
Als een budgethouder een opdracht moet verstrekken die boven de gestelde grens uitgaat, wordt de opdracht (bestelaanvraag/inkooporder) goedgekeurd door de tot het geëigende niveau naast hogere budgethouder. Grotere opdrachten mogen niet worden geknipt om onder de gestelde grens te blijven. De genoemde bedragen zijn inclusief BTW.
III.4 VERZAMELKREDIETEN
Artikel 28 Definitie
[vervallen]
Artikel 29 Besluitvorming
[vervallen]
Artikel 30 Bestuurlijke vaststelling en verantwoording
[vervallen]
Artikel 31 Bevoegdheden
[vervallen]
Artikel 32 Opbouw van het krediet
[vervallen]
Artikel 33 Looptijd krediet
[vervallen]
Artikel 34 Rechtmatigheid
[vervallen]
HOOFDSTUK IV.
Artikel 35 Slotbepalingen
1Ingeval van wijziging van wetgeving waarop een verleende bevoegdheid berust wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend op grond van de corresponderende bepalingen in de gewijzigde wetgeving.
2De wijzigingen in de wetgeving worden zo spoedig mogelijk doch uiterlijk tijdens de jaarlijkse vaststelling van het bevoegdhedenregister als bedoeld in artikel 4, tweede lid, in het register verwerkt.
3Besluiten genomen krachtens mandaat, volmacht of machtiging voor de inwerkingtreding van dit besluit blijven van kracht tot het moment waarop zij van rechtswege vervallen, worden ingetrokken of ter zake een nieuw besluit wordt genomen.
Artikel 36 Inwerkingtreding en citeertitel
1Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking op de voorgeschreven wijze.
2Dit besluit kan worden aangehaald als: Algemeen bevoegdhedenbesluit Schieland en de Krimpenerwaard 2013.
Toelichting
Algemeen
Het is voor het college en de dijkgraaf in de praktijk ondoenlijk om alle bestuurs-bevoegdheden zelf uit te oefenen. Dit zou leiden tot een enorme bureaucratie, traagheid en hoge kosten. Door een duidelijke en overzichtelijke regeling van mandaat, volmacht en machtiging wordt het bestuur ontlast en de organisatie klantgerichter en slagvaardiger. Er ontstaat voor het bestuur zodoende meer ruimte om zich bezig te houden met de bestuurlijke aansturing van de organisatie. En de burger weet sneller waar hij aan toe is doordat zaken vlotter kunnen worden afgedaan. Door het toepassen van ondermandaat kan ook de ambtelijke leiding worden ontlast.
Daarnaast getuigt een adequate mandaatregeling van vertrouwen in de ambtelijke organisatie; door het toepassen van (onder)mandaat op verschillende niveaus wordt de betrokkenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van zowel leiding als medewerkers vergroot. Uitgangspunt is om bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie te beleggen. Uiteraard moet daarbij wel rekening worden gehouden met de aard van de bevoegdheid, het functieniveau en de bestuurlijke gevoeligheid c.q. financiële belangen.
In het dagelijks spraakgebruik wordt tussen mandaat, volmacht en machtiging doorgaans geen verschil gemaakt. Toch is er juridisch gezien wel degelijk een onderscheid.
Mandaat
Onder mandaat wordt op grond van artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verstaan de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.
Een besluit is volgens artikel 1:3 van de Awb een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Van een publiekrechtelijke rechtshandeling is sprake indien een bestuursorgaan een bevoegdheid uitoefent van publiekrechtelijke aard. Een beslissing is van publiekrechte-lijke aard indien zij is gebaseerd op een wettelijk voorschrift en strekt tot uitvoering van een wettelijke taak. Voorbeelden van publiekrechtelijke rechtshandelingen zijn het verlenen van vergunningen, het nemen van dwangsom- of bestuursdwangbeschikkingen, het verlenen van subsidies, maar ook het vaststellen van peilbesluiten, verordeningen en beleidsregels. De mandaatgever, het dagelijks bestuur, blijft overigens altijd bevoegd de gemandateerde bevoegdheid zelf uit te oefenen (artikel 10:7 Awb).
Volmacht
Volmacht heeft betrekking op privaatrechtelijke rechtshandelingen waarop het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing is. Voorbeelden van privaatrechtelijke handelingen zijn het sluiten van een overeenkomst, het transport van een notariële akte, het vestigen van een zakelijk recht, het aanbesteden van een werk, het kopen van een computer.
Bedacht moet worden dat het gaat om gevallen waarin het waterschap als (publiekrechtelijke) rechtspersoon volgens het privaatrecht deelneemt aan het maatschappelijk verkeer, zoals ieder ander natuurlijke of rechtspersoon.
Machtiging
De machtiging heeft betrekking op andere handelingen dan een publiekrechtelijke rechtshandeling (een besluit) of een privaatrechtelijke rechtshandeling. Het betreft feitelijke handelingen niet gericht op enig rechtsgevolg. Voorbeelden zijn het opmaken en verzenden van schriftelijke stukken (correspondentie), het in ontvangst nemen of uitreiken van stukken, het deelnemen aan een overleg, het doen van mededelingen en de bevoegdheid tot vertegenwoordiging in rechte.
De regels over mandaat in de Awb zijn ook van toepassing op volmacht en machtiging (artikel 10:12 Awb). Dit kan met zich meebrengen dat sommige bepalingen uit het BW ten aanzien van de volmacht opzij kunnen worden gezet door de regeling in de Awb.
Een gegeven mandaat, volmacht of machtiging is een bevoegdheid en schept voor de functionaris géén verplichting om er gebruik van te maken. Te allen tijde kan beslist worden om in een bepaalde aangelegenheid géén gebruik te maken van het gegeven mandaat, volmacht of machtiging. De beslissing kan dan aan het dagelijks bestuur worden voorgelegd.
Artikelsgewijze toelichting
Daar waar wordt gesproken over mandaat en (verder) ondermandaat wordt (voor zover van toepassing) tevens bedoeld volmacht/machtiging en (verder) ondervolmacht/ondermachtiging.
Artikel 1
In dit artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen. Daaruit blijkt dat er in de bevoegdhedenregeling zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke bevoegdheden zijn opgenomen. In het laatste geval is er formeel gezien sprake van volmacht. Daarnaast moeten de algemene regels over mandaat zoals opgenomen in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht in acht worden genomen.
Artikel 2
Het verlenen van mandaat, volmacht en machtiging, inclusief de bevoegdheid tot ondertekening, geschiedt aan de secretaris-directeur.
Onder het mandaat valt ook het vaststellen en wijzigen van regels voor zover de opgedragen bevoegdheid tevens betrekking heeft op het aangaan van financiële verplichtingen (budgetregeling). In deze regels kunnen nadere (financiële) begrenzingen worden aangegeven en worden de budgethouders aangewezen. De regels zijn opgenomen in hoofdstuk III van het Algemene bevoegdhedenbesluit.
Artikel 3
De secretaris-directeur is bevoegd van de aan hem opgedragen bevoegdheden ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging te verlenen, inclusief de bevoegdheid tot ondertekening. Verder ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging is mogelijk. Dit gebeurt middels een apart besluit met gebruikmaking van een standaardformulier.
Artikel 4
Om een actueel en overzichtelijk beeld te hebben van de verleende (onder)mandaten, (onder)volmachten en (onder)machtigingen wordt een bevoegdhedenregister gemaakt. De geconsolideerde versie van dit register wordt jaarlijks in januari door de secretaris-directeur vastgesteld en op Insite geplaatst.
In het bevoegdhedenregister wordt naast de mandaatnemer ook de (eventuele) ondermandaatnemer benoemd: directeur (D), afdelingshoofd (AH), teamleider/senior beleidsadviseur of (nader aan te wijzen) medewerker. In sommige gevallen is aan alle medewerkers ondermandaat verleend. Er staat dan ‘verder ondermandaat aan medewerkers’. In andere gevallen is de bevoegdheid tot verder ondermandaat opgenomen. Verder ondermandaat is dan mogelijk aan ‘nader aan te wijzen medewerkers’. Deze aanwijzingsbesluiten moeten worden gemeld aan het cluster Juridisch Advies & Vastgoed die het register met aanwijzingsbesluiten beheert.
Het regelen van de bevoegdheden van projectleiders moet primair in de projectopdracht gebeuren. Vanwege het tijdelijk karakter van projecten, worden deze in dat geval niet in het register opgenomen.
Artikel 5
In dit artikel worden de voorwaarden voor het gebruik van de opgedragen bevoegdheden genoemd. In elk geval vallen hieronder de beperkingen zoals opgenomen in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht (m.n. artikel 10:3 Awb) en de regels als bedoeld in artikel 2, tweede lid (budgetregeling).
Tevens is, op verzoek van de mandaatgever, een rapportageverplichting opgenomen
Indien redelijkerwijs te verwachten is dat een te nemen beslissing bestuurlijk gevoelig is, wordt de beslissing om advies voorgelegd aan de mandaatgever dan wel het college van dijkgraaf en hoogheemraden c.q. de dijkgraaf. Dit ter beoordeling van degene die de bevoegdheid in (onder)mandaat, (onder)volmacht of (onder)machtiging heeft verkregen.
Artikel 6
In dit artikel is de vervanging geregeld, hetgeen tevens de bevoegdheid tot ondertekening inhoudt.
Artikel 7
In dit artikel is de voorgeschreven wijze van ondertekening opgenomen.
Artikel 13 derde lid
In dit artikel gaat het om het principe; het is niet de bedoeling om de budgetten in de loop van het jaar op grote schaal bij te stellen.
Het principe is, dat budgetten altijd worden toegekend in verband met uit te voeren prestaties. Van de budgethouders wordt verwacht, dat zij – in de gevallen waarin de prestaties niet (kunnen of behoeven te) worden geleverd ook hun uitgaven overeenkomstig aanpassen. Er is een inhoudelijk verband met artikel 13 lid 2.
Artikel 13 vierde lid
De regels van het door Schieland en de Krimpenerwaard vastgestelde inkoopbeleid zijn te vinden op het ‘inkoopplein’ op Insite.
Artikel 17
De tijdstippen van de rapportages zijn vastgelegd in de planning en control kalender.
Artikel 18
Per team is op voorstel van het afdelingshoofd een aantal medewerkers aangewezen, die bestelaanvragen kunnen aanmaken.
Goedkeuring van bestelaanvragen kan alleen gedaan worden door een budgethouder.
Artikel 24
De regels van het door Schieland en de Krimpenerwaard vastgestelde inkoopbeleid (lid 4) zijn te vinden op het ‘inkoopplein’ op Insite.
Artikel 27
Per team is op voorstel van het afdelingshoofd een aantal medewerkers aangewezen, die bestelaanvragen kunnen aanmaken.
Goedkeuring van bestelaanvragen kan alleen gedaan worden door een budgethouder.
Artikel 28 en verder (verzamelkredieten)
De regels voor verzamelkredieten zijn door het college vastgesteld op 29 oktober 2019.
Het instrument ‘verzamelkredieten’ is bedoeld voor het bundelen van samenhangende vervangingsinvesteringen, voor voorbereidingskredieten en investeringen van een beperkt bestuurlijk belang. Onder beperkt bestuurlijk belang vallen investeringen die gebaseerd zijn op aanvaard beleid, vervangingen of renovaties zonder impact op de omgeving. In deze definitie past ook dat de verzamelkredieten geen grote financiële impact mogen hebben. Daarnaast moeten de kredieten voldoen aan het bestaande financiële beleid van HHSK en het vastgestelde afschrijvingsbeleid. Hierin is bijvoorbeeld opgenomen dat de ondergrens voor het activeren € 50.000,-- is. (HHSK, Jan. 2017).
Artikel 35
In het eerste en tweede lid is een voorziening opgenomen indien de wettelijke basis waarop de bevoegdheid berust, wijzigt om te voorkomen dat besluiten onbevoegd worden genomen. De wijziging wordt uiterlijk verwerkt tijdens de jaarlijkse vaststelling van het bevoegdhedenregister.
In het derde lid is overgangsrecht opgenomen zodat de op grond van de oude mandaatregeling genomen besluiten van kracht blijven tot het moment waarop zij van rechtswege vervallen, worden ingetrokken of ter zake een nieuw besluit wordt genomen.
Artikel 36
Het Algemeen bevoegdhedenbesluit Schieland en de Krimpenerwaard 2013 wordt bekendgemaakt volgens de wettelijk voorgeschreven wijze en treedt de dag daarna in werking.
Motivering afgeleide bevoegdheidsstructuur
1Uitgangspunt
Het uitgangspunt van de aan het Algemeen bevoegdhedenbesluit hhsk verbonden mandateringsstructuur is het leggen van ‘verantwoordelijkheden’ zo laag mogelijk in de organisatie . Dat is één van de basisbeginselen achter de organisatieontwikkeling van enige jaren terug.
2Structuur
De spreiding van de gemandateerde en ge(vol)machtigde bevoegdheden over de organisatie vindt plaats op basis van de functiestructuur die hhsk kent. Dat brengt met zich mee dat al deze bevoegdheden, die van origine berusten bij het college (eventueel na mandaat of delegatie door de vv) of de dijkgraaf in tweede aanleg zijn doorgelegd naar de secretaris-directeur. Alle bevoegdheden uit het bevoegdhedenregister worden vervolgens in derde instantie doorgelegd naar de directeur en die afdelingshoofden wie het onderwerp van de bevoegdheid aangaat. Tot zover geldt het Algemeen bevoegdhedenbesluit rechtstreeks, d.w.z.: er hoeven geen nadere beslissingen door de verschillende functionarissen te worden genomen. In vierde instantie wordt een aantal van deze bevoegdheden doorgelegd naar nader aan te wijzen medewerkers. Bij uitstek deze categorie legt de ‘verantwoordelijkheden’ zo laag mogelijk in de organisatie.
Tot hier de gelaagde structuur in de bevoegdheidsverdeling.
Samenvattend:
1eniveau: college, dijkgraaf
2eniveau: secretaris-directeur
3eniveau: directeur, afdelingshoofd in kwestie (direct)
4eniveau: nader aan te wijzen medewerkers (indirect)
3Medewerkers, tenzij …
Bij het doorleggen van de bevoegdheden na het tweede niveau (na de secretaris-directeur) geldt onverminderd het centrale uitgangspunt (‘verantwoordelijkheden’ zo laag mogelijk in de organisatie, i.c. bij ‘de medewerkers’), tenzij de aard van de bevoegdheid of de kwaliteit (waaronder deskundigheid) van de mandaatnemer of ge(vol)machtigde zich hiertegen verzet. Dat kan gelden voor bevoegdheden die nogal discretionair zijn, een sterke externe werking hebben, meer strategisch dan operationeel van aard zijn, een iets grotere bestuurlijke affiniteit vragen of als in geval van kwetsbaarheid bescherming van medewerkers nodig is. Daarom worden de te mandateren bevoegdheden niet rechtstreeks bij het vierde niveau belegd, maar staat het doormandateren ter beoordeling aan directeur en afdelingshoofden. Zij zijn het, die bij uitstek in staat zijn de juiste beoordeling te maken of een bevoegdheid en zo ja aan wie deze het beste kan worden doorgemandateerd.
4Perspectieven van de uitzonderingen op de regel
Bij de toedeling van overdraagbare ‘verantwoordelijkheden’ volgens het principe ‘zo laag mogelijk in de organisatie, tenzij’ is in het voorliggende algemeen bevoegdhedenbesluit een tweeledige benadering gekozen. De twee perspectieven van die benadering zijn: het functionele perspectief en het vergelijkende perspectief.
5Functionele perspectief voor de bevoegdheidstoedeling
In het functionele perspectief staat voorop dat de toedeling van overdraagbare bevoegdheden rekening houdt met de generieke functieniveaus. De eerste laag in deze structuur na secretaris-directeur zijn directeuren en afdelingshoofden (het derde niveau als bedoeld onder 2), waar met name besluitvormende, regelstellende en extern bindende bevoegdheden zijn belegd vanwege de aard van de bevoegdheid en/of de kwaliteit die inherent is aan het functieniveau.
De tweede laag is die van de teamleiders, senior adviseurs, beleidsmedewerkers en nader aan te wijzen medewerkers. De aan deze laag toegekende overdraagbare bevoegdheden hebben vooral betrekking op procedurehandelingen en beheersmatige activiteiten. Generiek belegd bij de twee eerstgenoemde functies en afhankelijk van de expertise in bijzondere situaties aan andere medewerkers.
De derde laag bestaat uit de beleidsadviseurs en beleidsmedewerkers. De hier genoemde overdraagbare bevoegdheden zijn vooral beheersmatig van aard.
De vierde laag ten slotte zijn de medewerkers in algemene zin, bij wie met name de administratieve handelingen zijn belegd.
De financiële bevoegdheden laat ik hier onvermeld, omdat deze conform het voorheen geldende budgetreglement – dat overigens nu is geïncorporeerd in het algemeen bevoegdhedenbesluit (hoofdstuk III)– naar verplichtingsgrootte zijn verdeeld over de functieniveaus.
Samenvattend:
1elaag: besluitvormend, regelstellend, extern bindend
2elaag: procedureel, beheersmatig
3elaag: beheersmatig
4elaag: administratief
Gerelateerd aan de mandateringsstructuur onder 2 ontstaat schematisch het volgende beeld:
Mandateringsniveau
Bevoegdhedenniveau
1.
college, dijkgraaf
2.
secretaris-directeur
3.
directeur, afdelingshoofd
(1e) besluitvormend, regelstellend, extern bindend
4.
nader aan te wijzen medewerkers
-
teamleiders, senior adviseurs
(2e) procedureel, beheersmatig
-
beleidsadviseurs en -medewerkers
(3e) beheersmatig
-
medewerkers
(4e) administratief
6Vergelijkend perspectief voor de bevoegdheidstoedeling
Bij dit perspectief gaat het om de min of meer gelijkwaardige verdeling van de bevoegdheden naar functieniveau over de verschillende afdelingen.
De algemene bevoegdheden (onderdeel 1 van het bevoegdhedenregister) zijn gelijkmatig over alle hiervoor in aanmerking komende functies verdeeld. Bij de bijzondere bevoegdheden (onderdelen 2 t/m 10 van het bevoegdhedenregister) zien we grote verschillen in overdraagbare bevoegdheden tussen de afdelingen. Zo kent de afdeling V&H 14 van deze bijzondere, voor overdracht vatbare bevoegdheden en de afdeling AWK slechts drie. Deels kan dat verklaard worden door de aard of omvang van het werkdomein van die afdelingen, maar niet volledig. Een tweede verklaring voor dit verschil is dat de afdelingen die beschikken over juridische expertise de meeste overdraagbare bevoegdheden hebben aangedragen.
Hoewel niet alle verschillen tussen de afdelingen kunnen worden verklaard en bovendien de vermelde verklaringen niet altijd een rechtvaardigingsgrond voor de verschillen kunnen vormen, kunnen we op dit moment volstaan met de constatering dat deze onevenwichtigheid aan de vaststelling van het algemeen bevoegdhedenbesluit niet in de weg hoeft te staan. Immers, we hebben hier te maken met een dynamisch document dat met enige regelmaat aan de actuele ontwikkelingen en inzichten zal moeten worden aangepast en waarvan de betekenis bij de uitrol van juridische kwaliteitszorg naar alle verwachting beter zal doordringen.
Bijlage 1Bevoegdhedenregister als bedoeld in artikel 4 van het Algemeen bevoegdhedenbesluit HHSK 2013.
Vastgesteld door dijkgraaf en hoogheemraden op 17 december 2013 en gewijzigd bij besluit van 2 juni 2015, 11 april 2017, 27 juni 2017, 13 februari 2018, 17 december 2019, 30 maart 2021, 1 juni 2021, 30 november 2021 en 15 augustus 2023.
Toelichting
De mandaten in het algemene deel gelden voor alle afdelingen, ieder voor zover behorend tot hun takenpakket/proces.
Vervolgens worden de specifieke mandaten per afdeling genoemd:
1Algemeen
2Publiekszaken
3Waterkeringen en wegen
4Watersystemen
5Bestuur, Informatie en Juridisch Advies
6Bedrijfsvoering
7Afvalwaterketen
8Integrale plannen en projecten
9Interne bevoegdheidsverdeling tijdens crises
In de eerste kolom is de bevoegdheid omschreven die wordt gemandateerd of waarvoor een volmacht wordt gegeven dan wel machtiging wordt verleend.
In de tweede kolom is het mandaterend of volmacht/machtiging gevend bestuursorgaan genoemd. Dit is het college van dijkgraaf en hoogheemraden (D&H) of de dijkgraaf (D).
In de derde kolom is de soort bevoegdheid genoemd:
•Mandaat (Mt): de bevoegdheid om namens het college dan wel de dijkgraaf besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht te nemen;
•Volmacht (V): de bevoegdheid om namens het bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten
•Machtiging (Mg): de bevoegdheid om namens het bestuursorgaan feitelijke handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
In de vierde kolom is de mandaatnemer benoemd: secretarisdirecteur (SD). Alle bevoegdheden worden vervolgens via de SD verder gemandateerd.
In de vijfde en zesde kolom is de ondermandaatnemer benoemd: directeur (D), afdelingshoofd (AH) of (nader aan te wijzen) medewerker. In enkele gevallen is aan alle medewerkers ondermandaat verleend (bijvoorbeeld het ondermandaat bij 1.1). In andere gevallen is de bevoegdheid tot verder ondermandaat opgenomen. Verder ondermandaat is dan mogelijk aan ‘nader aan te wijzen medewerkers’. Daarvoor moet een modelbesluit worden gebruikt. Dit is verkrijgbaar bij het cluster Juridisch Advies (JAV). De aanwijzingsbesluiten moeten worden gemeld aan het cluster JA dat het register met aanwijzingsbesluiten beheert. Contactpersoon JAV: Annelieke Limahelu.
In de zevende kolom zijn de eventuele voorwaarden genoemd.
In artikel 5 van het Algemeen Bevoegdhedenbesluit HHSK 2013 zijn de algemene voorwaarden voor het gebruik van (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder)machtiging genoemd.
•Als een te nemen beslissing bestuurlijk gevoelig is en/of rechtstreeks gevolgen heeft voor de relatie met een ander overheidsorgaan moet de te nemen beslissing worden besproken met het bestuursorgaan/de mandaatgever.
•De uitoefening van de bevoegdheid geschiedt binnen de grenzen van de vastgestelde taken/processen, met inachtneming van het ter zake geldende recht, de vastgestelde of vast te stellen beleids- en uitvoeringsregels en de regels voor het beheer van budgetten (hoofdstuk III Algemeen Bevoegdhedenbesluit HHSK 2013).
•Op verzoek van de mandaatgever moet een rapportage over de uitoefening van de bevoegdheid worden verschaft.
Daar waar in de kolommen gesproken wordt over mandaat en (verder) ondermandaat is voor zover van toepassing tevens bedoeld volmacht/machtiging en (verder) ondervolmacht/ondermachtiging.
Bijlage:
Overzicht namen van directeuren en afdelingshoofden werkzaam bij het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
1ALGEMEEN
Omschrijving
Mandaat-gever
Soort bevoegd-
heid
Mandaat aan
Onder-
mandaat
aan
Verder onder-
mandaat aan
Voorwaarden
1.1
Het verzenden van ontvangstbevestigingen van bij het bestuur ingekomen verzoeken, zienswijzen, bezwaarschriften, bedenkingen en beroepschriften, het doen uitgaan van kennisgevingen op grond van wet- en regelgeving, alsmede het doen uitgaan van brieven die uitsluitend mededelingen, inlichtingen of feitelijke informatie bevatten, alsmede het verstrekken van (enquête)gegevens.
College /
dijkgraaf
Mg
SD
AH
Medewerkers
1.2
Het aanvragen van vergunningen en
ontheffingen, het doen van meldingen en het voldoen aan informatieplicht bij (andere) overheidsinstanties.
college
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
1.3a
[verplaatst naar 5.10]
1.3b
[verplaatst naar 5.10]
1.4
Het indienen van een verweerschrift in het kader van een procedure op grond van de Awb voor zover het zich richt tegen een beschikking van het bestuursorgaan.
College / dijkgraaf
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
Met instemming van JAV.
1.5
Het indienen van een dagvaarding bij een civiele procedure.
Dijkgraaf
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
Met instemming van JAV.
1.6
Het doen van aangifte bij de politie en het als getuige of verdachte optreden in het kader van een procedure.
Dijkgraaf
Mg
SD
AH
medewerkers
In overleg met het afdelingshoofd of diens plaatsvervanger.
1.7a
Het aangaan van (financiële en juridische) verplichtingen en het houden van aanbestedingen voor uit te voeren werken, leveringen en diensten en het nemen van alle noodzakelijke beslissingen in een aanbestedingsprocedure (inclusief het afhandelen van klachten).
College
Mt/V/Mg
SD
Directeur/
AH
Budgethouders/ nader aan te wijzen medewerkers
Met inachtneming van het geldende inkoop- en aanbestedingsbeleid en hoofdstuk II en III van het Algemeen Bevoegdhedenbesluit HHSK 2013.
NB: Bij inkoop gelden de teken- en beschikkingsbevoegd-heden uit de artikelen 18 (exploitatie) en 27 (investeringen) van het Algemeen bevoegdhedenbesluit 2013.
1.7b
Afwijken van de algemene inkoopvoorwaarden bij het inkopen van diensten (AWVODI), leveringen (AWIV) en ICT (AWBIT).
College
V
SD
AH
Met instemming van JAV (advocaat in dienstbetrekking).
1.7c
Het aangaan van financiële en juridische verplichtingen voor zover deze behoren tot de taken van de rekenkamer als bedoeld in de Verordening rekenkamer hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard
College
Mt/V
Voorzitter van de reken-kamer
Ambtelijk secretaris van de rekenkamer
Overige leden van de rekenkamer
Met inachtneming van het beschikbare budget en met inachtneming van het geldende inkoop- en aanbestedingsbeleid en hoofdstuk II en III van het Algemeen Bevoegdhedenbesluit HHSK 2013.
1.8
Het uitoefenen van de doorzendplicht c.q. de terugzendplicht ingevolge artikel 2:3 Awb.
College
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
1.9
Het toepassing geven aan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb (het terinzageleggen, het openbaar kennisgeven, het in ontvangst nemen van een mondelinge zienswijze).
College
Mg
SD
AH
medewerkers
1.10
Het stellen van een termijn om een aanvraag met gegevens en bescheiden, dan wel met een vertaling of een samenvatting aan te vullen, alsmede te beslissen om een aanvraag niet te behandelen als bedoeld in artikel 4:5 Awb.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
1.11
Het afwijzen van een herhaalde aanvraag bij het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden op grond van artikel 4:6 Awb.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
1.12
Besluit tot termijnverlenging van een te geven beschikking (artikel 3:18 Awb) en de kennisgeving van een nieuwe termijn als de beschikking niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden gegeven (artikel 4:14 Awb).
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
1.13
Het (telefonisch) horen van de aanvrager en belanghebbenden zoals bedoeld in de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb.
College
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
1.14
Besluit om, indien er sprake is van een
omstandigheid genoemd in artikel 4:11 en 4:12 Awb, het horen achterwege te laten.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
1.15
Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 4:86 Awb (bestuursrechtelijke geldschuld).
College / dijkgraaf
Mt
SD
AH
1.16
Het vaststellen van aanvraagformulieren zoals bedoeld in artikel 4:4 Awb.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
1.17
Het indienen van adviezen en zienswijzen namens het bestuursorgaan.
College
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
Voor wat betreft zienswijze, na consultatie portefeuillehouder.
1.18a
Uitwerken hoofdstructuur van de organisatie. Bij een wijziging van de organisatie houdt dit in: het nemen van beslissingen over taakinhoud en taakverdeling, functiebeschrijvingen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, met uitzondering van beslissingen t.a.v. secretaris-directeur, de directeur en de concerncontroller.
College
Mt/V
SD
1.18b
Het aanwijzen van de volgende functionarissen en hun plaatsvervangers:
-de contactpersoon als bedoeld in artikel 4.7 van de Wet open overheid;
-de secretaris bezwaarschriften-commissie als bedoeld in artikel 6 van de Verordening behandeling bezwaarschriften Schieland en de Krimpenerwaard 2016;
-de functionaris gegevens-bescherming als bedoeld in artikel 37 van de Algemene Verordening Gegevensverwerking en in artikel 36 van de Wet politiegegevens;
-de toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 Awb.
College
Mt
SD
1.19
Tot stand brengen en uitvoeren van het personeelshandboek.
College
Mt/V
SD
1.20a
Het aangaan van een arbeidsovereenkomst met secretaris-directeur, directeur en concerncontroller.
College
Mt/V
1.20b
Het aangaan van een arbeidsovereenkomst met afdelingshoofden.
College
Mt/V
SD
Directeur
Met inachtneming van de door de secretaris-directeur gestelde regels. De overeenkomsten worden ondertekend door de secretaris-directeur.
1.21a
Het uitoefenen van bevoegdheden die op grond van de CAO VWVW en het personeelshandboek toekomen aan het college ten aanzien van onder zijn verantwoordelijkheid werkende medewerkers, waaronder begrepen het aannemen van personeel binnen de vastgestelde formatie alsmede vrijwillig ontslag.
College
Mt/V
SD
AH
Voor afdelingshoofden gelden de volgende uitzonderingen:
1de aanstelling/het aannemen van de secretarisdirecteur, directeur, de afdelingshoofden en de concerncontroller
2het geven van disciplinaire straffen.
Voor de secretaris-directeur gelden de volgende uitzonderingen:
1de aanstelling/het aannemen van de secretarisdirecteur, directeur en de concerncontroller.
1.21b
Het instellen van een arbeidsvoorwaardencommissie
College
SD
1.21c
Het beoordelen van medewerkers.
College
Mt/V
SD
AH
Teamleiders
Vooraf dient overleg plaats te vinden binnen het management-team van de afdeling en met de HR-adviseur.
1.22
Het onvrijwillig ontslaan van personeel.
College
Mt/V
SD
Met uitzondering van de directeur, de afdelingshoofden en de concerncontroller.
1.23
Taken en bevoegdheden ARBO-wet.
College
Mt
SD
AH
1.24
[vervallen]
1.25
[vervallen]
1.26
[vervallen]
1.27
Volmacht voor het tekenen van samenwerkingsovereenkomsten na bestuurlijke besluitvorming.
College
V
Pfh
1.28
Het aanvragen van subsidies met annexe besluiten.
College
Mt
SD
AH
Bij subsidie-aanvragen gelden de teken- en beschikkingsbevoegd-heden uit de artikelen 18 (exploitatie) en 27 (investeringen) van het Algemeen bevoegdhedenbesluit 2013.
1.29
Aanvragen, wijzigen en intrekken van gebruikersaccounts voor interne en externe applicaties (bijvoorbeeld Prosa, e-hrm, e-Herkenning, DigiD-OP).
College
Mg
SD
AH
Teamleiders
1.30
Treffen van schikkingen in geschillen.
College
Mt/V
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
In overleg met de advocaat in dienstbetrekking en met inachtneming van het Algemeen Bevoegdhedenbesluit HHSK 2013 (grenzen budgethouders).
In alle gevallen moet worden afgestemd met de portefeuillehouder juridische zaken.
1.31a
Het indienen van bezwaarschriften m.u.v. bezwaarschriften tegen gemeentelijke belastingen.
College
Mg
SD
AH
Advocaat in dienstbetrekking
Na consultatie portefeuillehouder juridische zaken.
1.31b
Het indienen van bezwaarschriften tegen gemeentelijke belastingen.
College
Mg
SD
AH
Advocaat in dienstbetrekking
Nader aan te wijzen medewerkers van team JAV
1.31c
Het indienen van (hoger) beroepschriften of het initiëren van gerechtelijke procedures.
College
Mg
SD
AH
Advocaat in dienstbetrekking
Na instemming portefeuillehouder juridische zaken.
1.31d
Het nemen van een procesbesluit.
College
Mt
SD
AH
Advocaat in dienstbetrekking
Na instemming portefeuillehouder juridische zaken.
1.32
Het afhandelen van klachten op grond van afdeling 9 Algemene wet bestuursrecht.
College
Mt
SD
Zie 5.19 voor het horen.
1.33
[verplaatst naar 4.3]
1.34
Het zo nodig nemen van maatregelen en/of het geven van aanwijzingen op waterstaatkundig gebied, of het vragen van inzet op een ander gebied.
College/
Dijkgraaf
Mt/V/Mg
SD
AH
Teamleider
Achterwacht
Met inachtneming van de binnen de afdeling geldende instructies en werkafspraken, en hoofdstuk 9 van dit register.
Bijvoorbeeld: het plaatsen van een noodpomp, het sluiten van een inlaat, het binnen het peilbesluit wijzigen van het waterpeil, juridisch advies of communicatie ondersteuning inschakelen.
Artikel 3, tweede lid, van het Algemeen bevoegdheden-besluit HHSK 2013 is indien de situatie bij acuut gevaar geen ruimte laat voor overleg niet van toepassing: voor het verlenen van ondermandaat is in deze geen voorafgaande toestemming van de naasthogere mandaatgever nodig.
Ingeval van het vragen van inzet of het geven van aanwijzingen aan een medewerker van een andere afdeling wordt van de bevoegdheid pas gebruik gemaakt na overleg (voor zover mogelijk en nodig) met diens leidinggevende.
Bij de uitvoering van het e.e.a. is financieel gezien de teken- en beschikkings-bevoegdheid als vermeld in art. 18 van hoofdstuk III.2/exploitatie budgetten van het algemeen bevoegdheden-besluit HHSK 2013 van toepassing.
1.35
Het nemen van besluiten op grond van de Participatie– en inspraakverordening van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2022.
College
Mt
SD
AH
Met instemming van de portefeuille-houder die bestuurlijk opdrachtgever is voor het betreffend project. Grote project moeten in het college worden besproken.
2AFDELING PUBLIEKSZAKEN
Omschrijving
Mandaat-gever
Soort bevoegd-
heid
Mandaat aan
Onder-
mandaat
aan
Verder onder-
mandaat aan
Voorwaarden
2.1
Het verlenen, intrekken, wijzigen of weigeren van vergunningen op grond van de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving waaronder in ieder geval de Waterschapsverordening.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
2.2
Het verlenen van ontheffingen op grond van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 [RVV 1990].
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
2.3
Het nemen van (tijdelijke) verkeersbesluiten en verkeersmaatregelen op grond van de Wegenverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
Als er een samenloop is met een watervergunning of een andere ontheffing van het waterschap.
2.4
Het nemen van verkeersbesluiten op basis van de Scheepvaartverkeerswet.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
2.5
Het stellen van maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften op grond van de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving waaronder in ieder geval de Waterschapsverordening.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
2.6
Het indienen van adviezen bij vergunningen voor indirecte lozingen.
College
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
2.7
Het sluiten en ondertekenen van privaatrechtelijke overeenkomsten voor de aanlevering per as van ongezuiverd afvalwater bij de AWZI’s.
College / dijkgraaf
V
SD
AH
Met instemming van JAV
2.8
a.Besluiten over herstelsancties: last onder bestuursdwang en last onder dwangsom.
College / dijkgraaf
Mt
DGR en SD
b.Besluiten tot het nemen van herstelsancties in het kader van de schouw gewoon en buitengewoon onderhoud: last onder bestuursdwang en last onder dwangsom.
College / dijkgraaf
Mt
SD
AH
c.Het afwijzen van een verzoek om handhaving.
College
Mt
SD
AH
informeren portefeuillehouder
2.9
Het uitoefenen van bestuursdwang in spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 5:31 Awb.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
Z.s.m. mondeling besluit op schrift stellen.
2.10
a.Het vaststellen van de hoogte van de verschuldigde kosten voor de toepassing van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 lid 6 Awb.
College
Mt
SD
AH
b.Het vaststellen van een beschikking omtrent de invordering van een dwangsom als bedoeld in artikel 5:37 Awb.
College
Mt
SD
AH
2.11
Uitvoering geven aan artikel 257ba Wetboek van Strafvordering jo artikel 4.2 sub b Besluit OM-afdoening (bestuurlijke strafbeschikking).
College
Mt
SD
AH
2.12
[vervallen]
2.13
Het vertegenwoordigen van het bestuursorgaan bij de behandeling van bezwaar- en beroepschriften en verzoeken om voorlopige voorziening op grond van de Algemene wet bestuursrecht [Awb] voor de bezwaarschriftencommissie, de rechtbank, het gerechtshof, de afdeling Bestuurs-rechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep en het College van beroep voor het Bedrijfsleven (bestuursrechtelijke procedures).
College / dijkgraaf
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
2.14
Besluit na een mer-beoordeling van een activiteit waarvoor op grond van bijlage V van het Omgevingsbesluit een mer-beoordelingsplicht geldt.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
2.15
[vervallen]
2.16
Besluiten over het verlenen, weigeren en vaststellen van een subsidie in het kader de Subsidieregeling natuurvriendelijke oevers
College
Mt
SD
AH
2.17
Het verlenen van ontheffing op grond van de Onderhoudsverordening voor zover er een koppeling is met de verlening van een vergunning.
College
Mt
SD
2.18
Besluiten tot opruiming van een wrak.
College
Mt
DGR
2.19
Het nemen van een besluit met betrekking tot het overdragen van de bevoegdheid tot het beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in art. 5.16 Omgevingswet jo. art. 4.17 Omgevingsbesluit.
College
Mt
SD
AH
2.20
Het adviseren en instemmen als bedoeld in art. 4.24 van het Omgevingsbesluit.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
2.21
Het afgeven van een legitimatiebewijs aan toezichthouders.
College
Mg
SD
AH
3AFDELING WATERKERINGEN & WEGEN
Omschrijving
Mandaat-gever
Soort bevoegd-
heid
Mandaat aan
Onder-
mandaat
aan
Verder onder-
mandaat aan
Voorwaarden
3.1
[vervallen]
3.2
[vervallen]
3.3
Het (jaarlijks) herzien van de hoogte van de vergoeding voor de leden van het dijkbewaking.
College
Mt
SD
AH
3.4
Het nemen van (tijdelijke) verkeersbesluiten en verkeersmaatregelen op grond van de Wegenverkeerswet en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
Als er geen samenloop is met een watervergunning of een andere ontheffing van het waterschap
4AFDELING WATERSYSTEMEN
Omschrijving
Mandaat-gever
Soort bevoegd-
heid
Mandaat aan
Onder-
mandaat
aan
Verder onder-
mandaat aan
Voorwaarden
4.1
Het sluiten en ondertekenen van privaatrechtelijke overeenkomsten voor baggerdepots.
College / dijkgraaf
V
SD
AH
Met instemming van JAV en cluster Planning, Control en Subsidies
4.2
Het aanvragen van vergunningen en
ontheffingen, het doen van meldingen en het voldoen aan informatieplicht bij andere overheidsinstanties.
college
Mg
SD
AH
projectleiders
4.3
Besluiten over het al of niet verlenen van en het vaststellen van een subsidie in het kader van de subsidieregeling Klimaat & Ruimte.
College
Mt
SD
AH Water-systemen
Teamleider Gebiedsadvies en ondersteuning.
Dit mandaat geldt tot € 10.000.
Voor subsidies tussen € 2.000 tot € 10.000 is de instemming van de portefeuillehouder nodig.
Jaarlijks evalueren.
4.4
Besluiten over het al of niet verlenen van en het vaststellen van een subsidie in het kader van de subsidieregeling Klimaatadaptatie.
College
Mt
SD
AH Watersystemen
Teamleider gebiedsadvies en ondersteuning
Dit mandaat geldt tot €20.000.
Voor subsidies vanaf €2.000 wordt de portefeuillehouder geïnformeerd.
5AFDELING BESTUUR, INFORMATIE EN JURIDISCH ADVIES
Omschrijving
Mandaat-gever
Soort bevoegd-
heid
Mandaat aan
Onder-
mandaat
aan
Verder onder-
mandaat aan
Voorwaarden
5.1
Het aansprakelijk en in gebreke stellen van derden.
College
V
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
In overleg met de betreffende vakafdeling.
5.2
Het beslissen op verzoeken om
schadevergoeding en nadeelcompensatie.
College
V
Mt
SD
AH
Het toekennen van verzoeken om nadeel-compensatie tot een bedrag van € 50.000 met inachtneming van de Nadeelcompensatieverordening Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2022.
5.3
Het vertegenwoordigen van het waterschap in kort gedingprocedures, eerste aanleg, hoger beroep en cassatie (civielrechtelijke procedures).
Dijkgraaf
Mg
SD
AH
Advocaat in dienstbetrekking
Nader aan te wijzen medewerkers
Inclusief de inschakeling en aansturing van de verplichte vertegenwoordiging door een advocaat.
5.4
Het vertegenwoordigen van het bestuursorgaan bij de behandeling van bezwaar- en beroepschriften en verzoeken om voorlopige voorziening op grond van de Algemene wet bestuursrecht [Awb] voor de bezwaarschriftencommissie, de rechtbank, het gerechtshof, de afdeling Bestuurs-rechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep en het College van beroep voor het Bedrijfsleven (bestuursrechtelijke procedures).
College / dijkgraaf
Mg
SD
AH
Advocaat in dienstbetrekking
Nader aan te wijzen medewerkers
5.5
Het nemen van besluiten en verrichten van (privaat)rechtelijke (rechts)handelingen inzake verjaring, huren, verhuren, of op andere wijze in gebruik geven van roerende en onroerende zaken m.u.v. erfpacht.
College
Mt/V
SD
AH
De gemandateerde (AH BIJ) heeft mandaat tot € 50.000.
Echter bij contracten die betrekking hebben op bijzondere situaties moet de pfh worden gekend.
College is bevoegd te beslissen tussen €50.000 en €250.000
Er vindt geen verrekening plaats van baten en lasten binnen het afdelingsbudget.
5.6
Het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van onroerende zaken en het wijzigen of beëindigen van zakelijke rechten m.u.v. erfpacht.
College
Mt/V
SD
AH
Met inachtneming van het Algemeen Delegatiebesluit 2024
De gemandateerde (AH BIJ) heeft mandaat tot € 50.000.
Echter bij contracten die betrekking hebben op bijzondere situaties moet de pfh worden gekend.
College is bevoegd te beslissen tussen €50.000 en €500.000.
Er vindt geen verrekening plaats van baten en lasten binnen het afdelingsbudget.
5.7a
Het voor de eerste maal vestigen van een recht van erfpacht.
College
Mt/V
5.7b
Alle andere rechtshandelingen inzake erfpacht (zoals doen van een voorstel tot afkoop, heruitgifte, waardebepaling, etc.).
College
Mt/V
SD
AH
5.8
Doorzenden bezwaarschrift ex artikel 6:15 Awb.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
5.9
Verdagen beslissing op bezwaar ex artikel 7:10 lid 3 Awb.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
5.10a
Het nemen van besluiten in het kader van de passieve openbaarmaking van de Wet open overheid (Woo).
College
Mt
SD
AH
Teamleider JAV
Verder ondermandaat slechts voor zover het gaat om doorzending van een Woo-verzoek, zoals genoemd in artikel 4.2, eerste lid van de Woo.
5.10b
Het verdagen van de beslissing op een Woo-verzoek als bedoeld in artikel 4.4, lid 2 Woo en het opschorten van de termijn voor het geven van een beslissing op een Woo-verzoek als bedoeld in artikel 4.4, lid 3 Woo.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
5.10c
Het nemen van besluiten in het kader van de actieve openbaarmaking van de Wet open overheid (Woo).
College
Mt
SD
AH
Teamleider
Verder ondermandaat slechts voor zover het gaat om informatie genoemd in artikel 3.3, tweede lid, sub g en sub k van de Woo.
5.11
Het nemen van besluiten op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (was: Wet Bescherming Persoonsgegevens).
College
Mt
SD
AH
Functionaris Gegevens-bescherming (was: privacyofficer) en nader aan te wijzen medewerkers
5.12
Het vaststellen van de verschuldigde dwangsom bij niet tijdig beslissen als bedoeld in artikel 4:18 Awb.
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
5.13
1Het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen, overeenkomstig artikel 7 van de Archiefwet 1995 en artikel 6, eerste en tweede lid van het Archiefbesluit 1995;
2Het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.
College
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
5.14
1Het vervreemden van archiefbescheiden overeenkomstig artikel 8 eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995, artikel 7 eerste en tweede lid en artikel 8 van het Archiefbesluit 1995
2Het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995
College
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
5.15
1Het overbrengen van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats van HHSK, overeenkomstig artikel 12 eerste lid van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995.
2Het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats van HHSK, overeenkomstig artikel 13 eerste lid van de Archiefwet 1995.
3Het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats van HHSK, overeenkomstig artikel 13 derde en vierde lid van de Archiefwet 1995.
4Het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats van HHSK, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.
5Het opmaken van een verklaring van het converteren en migreren van archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 25, tweede lid, van de Archiefregeling.
College
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
5.16
Het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 8 van het archiefbesluit 1995.
College
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
5.17
Het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 15 eerste en tweede lid en artikel 16 tweede lid van de Archiefwet 1995 en artikel 10 van het Archiefbesluit 1995.
College
Mg
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
5.18
Het aanvragen van autorisatie, gegevensverstrekking en gebruik van landelijke basisregistraties (waaronder GBA, kadastrale gegevens, BGT etc).
College
Mt
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
5.19
Het horen van klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft als bedoeld in artikel 9:10 Awb.
College
Mg
SD
AH
Klachten-coöordinator en medewerkers JAV
Met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 9 Awb en punt 1.32 van dit register.
6AFDELING BEDRIJFSVOERING
Omschrijving
Mandaat-gever
Soort bevoegd-
heid
Mandaat aan
Onder-
mandaat
aan
Verder onder-
mandaat aan
Voorwaarden
6.1
Het afsluiten van verzekeringen.
College
V
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
Met inachtneming van hoofdstuk II en III van het Algemeen Bevoegdhedenbesluit HHSK 2013.
6.2
Het aangaan van geldleningen.
College
V
SD
Met inachtneming van het Treasurystatuut
6.3
Het instellen van (dwang)invorderingsmaatregelen ter zake van aan het hoogheemraadschap verschuldigde bedragen, niet zijnde belastingen of daarmee gelijk te stellen heffingen.
College
V/M
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
6.4
-Het aangaan en opzeggen van bankrekeningen en creditcardrekeningen;
-het wijzigen van profielen, limieten, bevoegde personen voor het doen van betalingen/overmaken van gelden).
College
V/M
SD
AH
7AFDELING AFVALWATERKETEN
Omschrijving
Mandaat-gever
Soort bevoegd-
heid
Mandaat aan
Onder-
mandaat
aan
Verder onder-
mandaat aan
Voorwaarden
7.1
Het instemmen en adviseren op (gemeentelijke) rioleringsplannen.
College
Mt
SD
AH
7.2
[vervallen]
7.3
[vervallen]
7.4
Aangifte verontreinigingsheffing voor lozing gezuiverd afvalwater op rijkswater
College
Mt
SD
AH
7.5
Verrichten van handelingen voortvloeiend uit de aanbesteding energie, perceel elektriciteit en die noodzakelijk en bepalend zijn om tot vastlegging te komen van de prijs en voor het op dat moment gedefinieerde quotum en tijdvak.
College
M/V
SD
AH
Nader aan te wijzen medewerkers
8.Integrale plannen en projecten
8.1
Het aanvragen van vergunningen en ontheffingen, het doen van meldingen en het voldoen aan informatieplicht bij andere overheidsinstanties.
college
Mg
SD
AH
projectleiders
9.Interne bevoegdheidsverdeling tijdens crises
Ook tijdens (potentiële) crises blijven de normale bevoegdheden van functionarissen uit de reguliere lijnorganisatie onverminderd van kracht.
De bevoegdheden uit dit hoofdstuk (hs. 9) mogen alleen worden gebruikt als het betreffende afdelingshoofd een gebeurtenis niet via de normale bevoegdheden kan afhandelen. Wanneer de situatie het toelaat adviseert de Juridisch coördinator (JCO) hierover.
Omschrijving van de bevoegdheid
Mandaat, volmacht en/of machtiging verleend aan
Ondermandaat aan
Voorwaarden / opmerkingen
9.1a
Bevoegdheden die in de wet aan de verenigde vergadering, het college van D&H en/of de dijkgraaf zijn toegewezen.
De dijkgraaf (al dan niet in de rol van voorzitter waterschapsbeleidsteam (WBT)).
De dijkgraaf kan ondermandaat, -volmacht of –machtiging verlenen aan één of meer hoogheemraden
Voorbeelden hiervan zijn noodaanpassing van een peilbesluit of het instellen van een onttrekkingsverbod op basis van art. 96 Waterschapswet of art. 19.15. Omgevingswet.
Wanneer het aanwenden van de genoemde bevoegdheden die van de burgemeester of de voorzitter veiligheidsregio dreigen te raken, treedt de dijkgraaf hiermee in contact om consensus te betrachten.
9.1 b
Kennisgeving aan Gedeputeerde Staten en/of de minister van Infrastructuur en Waterstaat en/of de Veiligheidsregio’s
op grond van artikel 96 Waterschapswet en artikel 19.15 Omgevingswet.
De dijkgraaf
Nader aan te wijzen hoogheemraad (bestuurlijk)
SD, Operationeel leider, een nader door hen aan te wijzen medewerker (ambtelijk)
In het kader van art. 96 Waterschapswet kan de dijkgraaf de bevoegdheden van de verenigde vergadering/D&H aanwenden bij gevaar wanneer de verenigde vergadering/D&H die niet zelf kunnen aanwenden, en moet de dijkgraaf daarover onverwijld kennisgeven aan Gedeputeerde Staten en de verenigde vergadering/D&H).
In het kader van art. 19.15 Omgevingswet kan de waterbeheerder noodbevoegdheden aanwenden bij gevaar voor waterstaatswerken en moet het bestuur van het waterschap daarover onverwijld kennisgeven aan b.v. Gedeputeerde Staten.
De SD, operationeel leider, of een nader door hen aan te wijzen medewerker(s) kunnen voorafgaand aan de kennisgeving aan Gedeputeerde Staten de ambtelijke organisatie van de Provincie waarschuwen.
9.2
Afwijken van een peilbesluit in geval van extreme droogte of extreme neerslag.
operationeel leider
Vigerend peilbesluit blijft van kracht maar wordt tijdelijk niet gehandhaafd
9.3
Bevoegdheden van de secretaris-directeur uitoefenen, zolang niet wordt afgeweken van vastgesteld beleid, inclusief de financiële bevoegdheid.
Operationeel leider
Beslissingen over bedragen boven € 500.000 liggen bij het WBT.
De coördinator plaats incident heeft een financieel ondermandaat van € 50.000 per crisis.
9.4
Bevoegdheid tot het op- en afschalen van de eigen afdeling voor het voorbereiden of nemen van waterstaatkundige maatregelen.
Het afdelingshoofd van de waterstaatkundig betrokken afdeling.
Bijvoorbeeld voor de inzet van extra mensen of middelen vanuit HHSK of een aannemer. Vanuit andere overheden valt onder bijstand, zie verderop.
9.5
Bevoegdheid tot het opschalen van de crisisstructuur naar fase 1 of 2.
Operationeel leider
Achterwacht, voor het opschalen naar fase 1
Op verzoek van of in overleg met de betreffende afdelingshoofden.
Voor het ondermandaat aan de achterwacht geldt slechts de bevoegdheid tot opschalen naar fase 1.
9.6
Bevoegdheid tot het opschalen van de crisisstructuur naar fase 3 of 4.
Dijkgraaf
Na overleg met de operationeel leider, eventueel op verzoek daartoe van een of meer hoogheemraden.
9.7
Bevoegdheid tot het afschalen van de crisisstructuur van fase 3 of 4 naar een lagere fase.
Dijkgraaf
Na overleg met de operationeel leider, eventueel op verzoek daartoe van een of meer hoogheemraden.
9.8
Bevoegdheid tot het afschalen van de crisisstructuur naar fase 2 naar 1 of naar de reguliere bedrijfsvoering.
Operationeel leider
Op verzoek van of in overleg met de betreffende afdelingshoofden.
9.9
Bevoegdheid tot het vertegenwoordigen van HHSK en zo nodig andere waterbeheerders in een strategisch crisisbeleidsteam zoals dat van de KWA* of dat van een crisispartner zoals een WBT van een waterschap, een RBT van een veiligheidsregio of een GBT van een gemeente.
*kleinschalige wateraanvoer
Dijkgraaf of diens equivalent bij een andere waterbeheerder
Deze bevoegdheid vloeit o.a. voort uit de Omgevingswet, de Wet Veiligheidsregio’s en de convenanten met de Veiligheidsregio’s.
Dit betekent dat HHSK ook andere waterbeheerders vertegenwoordigt of dat HHSK door een andere waterbeheerder wordt vertegenwoordigd.
9.10
Bevoegdheid tot het vertegenwoordigen van HHSK en zo nodig andere waterbeheerders in een operationeel crisisteam op tactisch niveau van een crisispartner zoals bv het WOT van een waterschap, een ROT van een veiligheidsregio of een SGBO van de politie.
Operationeel leider of de operationeel leider van een andere waterbeheerder
Door de operationeel leider van HHSK of van een andere waterbeheerder nader aan te wijzen medewerker.
Artikel 3, tweede lid, van het Algemeen bevoegdhedenbesluit 2005 is in dat geval niet van toepassing: voor het verlenen van ondermandaat is in deze geen voorafgaande toestemming van de naasthogere mandaatgever nodig.
De bevoegdheid om andere waterschappen te vertegenwoordigen, vloeit voort uit de Omgevingswet, de Wet Veiligheidsregio’s en de convenanten met de Veiligheidsregio’s.
Dit betekent dat HHSK ook andere waterbeheerders vertegenwoordigt of dat HHSK door een andere waterbeheerder wordt vertegenwoordigd.
9.11
Bevoegdheid tot het vertegenwoordigen van HHSK en zo nodig andere waterbeheerders in een crisisteam op operationeel-uitvoerend niveau zoals een commando plaats incident (CoPI) van een veiligheidsregio of richting een leider of beheerder plaats delict van de politie.
Operationeel leider of de operationeel leider van een andere waterbeheerder.
Ondermandaat aan de Coördinator plaats incident van HHSK of een andere waterbeheerder.
Door de operationeel leider van HHSK of van een andere waterbeheerder nader aan te wijzen medewerker.
Artikel 3, tweede lid, van het Algemeen bevoegdhedenbesluit 2005 is in dat geval niet van toepassing: voor het verlenen van ondermandaat is in deze geen voorafgaande toestemming van de naasthogere mandaatgever nodig.
De bevoegdheid om andere waterbeheerders te vertegenwoordigen, vloeit voort uit de Omgevingswet, de Wet Veiligheidsregio’s en de convenanten met de Veiligheidsregio’s.
Dit betekent dat HHSK ook andere waterbeheerders vertegenwoordigt of dat HHSK door een andere waterbeheerder wordt vertegenwoordigd of v.v.
9.12
Bevoegdheid tot het vertegenwoordigen van HHSK en zo nodig een andere waterbeheerder in een waterstaatskundig inhoudelijk overleg op hoger niveau zoals het regionaal droogte overleg (RDO), de landelijke commissie waterverdeling (LCW) of – overstromingen (LCO) of ambtelijke KWA-gremia.
Het afdelingshoofd van de waterstaatkundig betrokken afdeling van HHSK of van een andere waterbeheerder.
Door het afdelingshoofd van HHSK of van een andere waterbeheerder nader aan te wijzen medewerker.
Artikel 3, tweede lid, van het Algemeen bevoegdhedenbesluit 2005 is niet van toepassing: voor het verlenen van ondermandaat is in deze geen voorafgaande toestemming van de naasthogere mandaatgever nodig.
De bevoegdheid om andere waterbeheerders te vertegenwoordigen vloeit voort uit de Omgevingswet.
Voor de aanwijzing van een medewerker door een andere waterbeheerder vindt afstemming met HHSK plaats.
9.13
Bevoegdheid tot het tijdelijk herprioriteren van HHSK-capaciteiten zoals mensen, middelen en financiën, voor zover dit geen bestuurlijke beslissing vraagt.
Operationeel leider
Op verzoek van of in overleg met de betreffende afdelingshoofden of hun ondergemandateerden.
9.14
Bevoegdheid tot het aanvragen van bijstand bij derden of het verlenen van bijstand aan derden ingeval van (dreigend) gevaar voor de waterstaatswerken van HHSK.
Bijvoorbeeld in de vorm van mensen of middelen voor of van crisispartners als veiligheidsregio’s, andere waterschappen, Rijkswaterstaat etc.
Dijkgraaf
De operationeel leider heeft ondermandaat voor zeer spoedeisende gevallen waarin niet gewacht kan worden op voorafgaande autorisatie door de dijkgraaf.
Voor situaties zonder (dreigend) gevaar voor de waterstaatswerken van HHSK zie het mandaatbesluit van de vv d.d. 27 maart 2025.
9.15
Bevoegdheid tot het geven van bindende operationele aanwijzingen.
Operationeel leider
Van de bevoegdheid wordt pas gebruik gemaakt na overleg (voor zover mogelijk) met betrokken afdelingshoofden.
9.16
De beslissing over inzet van vrijwilligers in het kader van de beheersing van (potentiële) crises.
Dijkgraaf
Bijvoorbeeld de beslissing over inzet van vrijwillige dijkwachten voor dijkinspecties tijdens (potentiële) crisissituaties zoals droogte of hoogwater.